Twee bevelen die op elkaar lijken
2 Korintiërs 4:6 · Augustinus van Hippo · naar de overdenking · alle bijbelstudies
Kies de tijd
Stel de groep samen
Namen invullen is optioneel. Lege velden worden "Deelnemer 1", "Deelnemer 2", enzovoort.
Verdeel de rollen
Wijs elke rolgroep precies één keer toe.
Link gekopieerd. Deel hem in de groepsapp: iedereen ziet dezelfde verdeling.
Fase 1 van 6
Gezegende week gewenst.
Neem deze vragen mee de week in:
- Welke duisternis probeer ik door eigen redeneren te verdrijven?
- Hoe geef ik het gezicht van Christus vandaag de ruimte om mijn hart te verlichten?
- Welke kant van wie Christus is, blijft na deze studie bij ons hangen?
Bevindingen per rol
Jouw notities
Samenvatting gekopieerd.
In Genesis 1 sprak God en er was licht. In het hart van een mens spreekt God en er is licht. Augustinus merkt op dat Paulus precies deze parallel maakt. Dezelfde God die de duisternis over de oerwereld brak, breekt de duisternis over een mensenhart. Niet met een andere techniek, maar met hetzelfde bevel. Laat er licht zijn. Wat de chaos schiep tot een geordende wereld, schept ook een verwarrend hart tot iemand die ziet.
Niet jouw eigen schemering
Augustinus had aan den lijve ervaren hoe hardnekkig innerlijke duisternis kan zijn. Hij beschrijft in zijn Belijdenissen hoe hij filosofie las, ascese probeerde, redenaties opzette, allemaal om door zijn eigen kracht licht te krijgen. Het werkte niet. Pas toen God in zijn hart sprak, ontstond licht. Wij maken het licht niet, schrijft hij, het wordt in ons geschapen. Iemand die nog steeds zijn duisternis probeert weg te denken met zelfhulp, moet leren bidden om hetzelfde bevel dat in Genesis viel. Heer, laat licht zijn. Niet ik, maar U. Augustinus vond deze parallel zo opvallend dat hij er vaker op terugkwam. De eerste scheppingsdag wordt herhaald in elk hart dat door God wordt aangeraakt. Het is dezelfde gebeurtenis op een ander schaal: een nieuwe schepping in het binnenste van een mens.
Het gezicht waar het van afstraalt
Paulus voegt er nog iets aan toe. Het licht in ons hart komt van het gezicht van Jezus Christus. Augustinus vindt dit beeld kostbaar. Niet een abstract licht, geen vaag gevoel, maar het gezicht van een persoon. Wie Hem aanschouwt, wordt verlicht. Daar wijst Paulus naar als hij zegt: kijk naar Christus. In Zijn ogen, in Zijn woorden, in Zijn handelen zie je wie God is en wie jij voor Hem mag zijn. Wie elke dag iets van dit gezicht onder ogen krijgt, draagt licht mee de uren in. Augustinus merkt op dat Paulus' beeld van het "gezicht" precies datgene noemt waaraan we mensen meestal herkennen. Niet hun naam, niet hun stem, maar hun gezicht. Het gezicht van Christus is wat ons God laat herkennen.
Ter overdenking
- Welke duisternis probeer ik door eigen redeneren te verdrijven?
- Hoe geef ik het gezicht van Christus vandaag de ruimte om mijn hart te verlichten?