Twee bevelen die op elkaar lijken

2 Korintiërs 4:6 · NBV21
Laat dan licht schijnen in de duisternis, en hij heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.
Dag 6 september
Lezen Begin de overdenking
Start de bijbelstudie bij deze overdenking Alleen of met een groep tot 12 personen · 30 tot 120 minuten

In Genesis 1 sprak God en er was licht. In het hart van een mens spreekt God en er is licht. Augustinus merkt op dat Paulus precies deze parallel maakt. Dezelfde God die de duisternis over de oerwereld brak, breekt de duisternis over een mensenhart. Niet met een andere techniek, maar met hetzelfde bevel. Laat er licht zijn. Wat de chaos schiep tot een geordende wereld, schept ook een verwarrend hart tot iemand die ziet.

Niet jouw eigen schemering

Augustinus had aan den lijve ervaren hoe hardnekkig innerlijke duisternis kan zijn. Hij beschrijft in zijn Belijdenissen hoe hij filosofie las, ascese probeerde, redenaties opzette, allemaal om door zijn eigen kracht licht te krijgen. Het werkte niet. Pas toen God in zijn hart sprak, ontstond licht. Wij maken het licht niet, schrijft hij, het wordt in ons geschapen. Iemand die nog steeds zijn duisternis probeert weg te denken met zelfhulp, moet leren bidden om hetzelfde bevel dat in Genesis viel. Heer, laat licht zijn. Niet ik, maar U. Augustinus vond deze parallel zo opvallend dat hij er vaker op terugkwam. De eerste scheppingsdag wordt herhaald in elk hart dat door God wordt aangeraakt. Het is dezelfde gebeurtenis op een ander schaal: een nieuwe schepping in het binnenste van een mens.

Het gezicht waar het van afstraalt

Paulus voegt er nog iets aan toe. Het licht in ons hart komt van het gezicht van Jezus Christus. Augustinus vindt dit beeld kostbaar. Niet een abstract licht, geen vaag gevoel, maar het gezicht van een persoon. Wie Hem aanschouwt, wordt verlicht. Daar wijst Paulus naar als hij zegt: kijk naar Christus. In Zijn ogen, in Zijn woorden, in Zijn handelen zie je wie God is en wie jij voor Hem mag zijn. Wie elke dag iets van dit gezicht onder ogen krijgt, draagt licht mee de uren in. Augustinus merkt op dat Paulus' beeld van het "gezicht" precies datgene noemt waaraan we mensen meestal herkennen. Niet hun naam, niet hun stem, maar hun gezicht. Het gezicht van Christus is wat ons God laat herkennen.

Ter overdenking

  • Welke duisternis probeer ik door eigen redeneren te verdrijven?
  • Hoe geef ik het gezicht van Christus vandaag de ruimte om mijn hart te verlichten?
God, laat in mijn hart licht zijn vanuit het gezicht van Uw Zoon. Amen.
Bron

Sermo, preek over 2 Korintiërs 4