Op de op één na laatste dag van het jaar moedigt J.C. Ryle zijn lezers aan tot iets dat hij voor elke gelovige nuttig vond. Een terugblik. Niet om zichzelf te kwellen met wat er niet goed ging, niet om zichzelf te feliciteren met wat wel goed ging. Maar om eerlijk te zien wat dit jaar voor hem of haar geweest is in Gods ogen. Twaalf maanden waarin God ergens werkte, ook al was dat niet altijd zichtbaar.
Drie eenvoudige vragen
Ryle stelt drie vragen voor die je jezelf op deze dag kunt stellen. Eerst: waar zag ik in dit jaar Gods hand werkelijk? Niet wat ik zelf bereikte, maar wat hij gaf. Tweede: welke zonde heeft mij dit jaar het meest gedrongen, en wat heb ik ermee gedaan? Niet om mezelf te veroordelen, maar om eerlijk te zien waar groei nodig is. Derde: welke kant van zijn karakter heb ik dit jaar nieuw leren kennen? Want geen jaar gaat voorbij zonder dat hij iets van zichzelf laat zien aan wie hem zoekt. Wie deze drie vragen rustig overweegt, krijgt een eerlijk beeld van het afgelopen jaar.
Een hand uitsteken voor het volgende
En dan, zegt Ryle, mag je dit jaar in zijn hand leggen. Wat goed ging, dank ervoor. Wat verkeerd ging, belijd het. Wat onafgemaakt bleef, laat het bij hem. En vraag tegelijk om wat in het volgende jaar nodig zal zijn. Niet met grote voornemens die toch over twee weken stranden, maar met een biddend overdragen. Spreuken zegt: leg in zijn hand wat je je voorneemt. Niet met grootse plannen, maar met een open hart voor wat hij in jou wil voortzetten of beginnen. Aan het einde van het jaar zijn we niet meer dezelfde als aan het begin. Wat we mee mogen nemen, is wat hij in deze maanden in ons begon. Dat geeft een rust in plaats van eindejaarsdruk.
Ter overdenking
- Waar zag ik dit jaar werkelijk Gods hand?
- Wat leg ik vandaag in zijn hand voor het komende jaar?