De kerstweek is in de kerkelijke kalender niet alleen vrolijk. Op 28 december wordt in oude traditie stilgestaan bij de kindermoord in Betlehem. Herodes liet alle jongetjes onder twee jaar in en rond Betlehem ombrengen, in een poging de Messias te elimineren. Matthew Henry merkt op dat dit ongemakkelijke verhaal niet voor niets door Matteüs is opgenomen. Het herinnert ons eraan dat de wereld waarin Christus geboren werd, niet zacht was. Hij kwam in een wereld waar tranen niet ontbraken.
Geen sentimentaliteit
Henry waarschuwt voor een soort kerstviering die alleen de zachte kanten erkent. Het is mooi en noodzakelijk om bij de kribbe te knielen. Maar het is ook eerlijk om te erkennen dat al meteen na zijn geboorte er bloed vloeide. Mensen leden om hem. Moeders verloren hun kinderen. Hij zelf moest vluchten naar Egypte. De wereld waarin hij kwam, en die hij kwam te redden, was kapot. Wie dit ook tijdens kerst durft te zien, vat de diepere betekenis van zijn komst beter. Hij kwam niet voor een paradijs, hij kwam voor een wereld in nood.
Een troost voor wie nu verdriet draagt
Voor wie zelf in deze kerstweek tranen draagt, kan dit verhaal troost geven. Niet door het verdriet weg te poetsen, maar door het in een groter verhaal te plaatsen. Henry zegt: ook in de adventsweek zelf, zelfs vlak na de kerstdag, kunnen tranen er zijn. Een leeg plek aan tafel waar iemand zat die er nu niet meer is. Een diagnose die op een ander moment dan de feestdagen had gevallen. Een breuk in een relatie die juist tijdens de feestdagen pijnlijk merkbaar werd. De Heer die in Betlehem geboren werd, ontwijkt geen tranen. Hij ging er zelf voor naar Egypte. Wie hem volgt, hoeft niet net te doen alsof tranen niet bij dit seizoen horen. Ze horen erbij, en hij is bij wie ze huilt.
Ter overdenking
- Heb ik in deze kerstdagen tranen die ik wegduw met geforceerde vrolijkheid?
- Hoe kan ik vandaag eerlijk zijn over verdriet, in zijn aanwezigheid?