Lucas vertelt dat de herders na hun bezoek aan de stal teruggingen naar hun werk. Niet thuis bleven, niet plotseling priester werden, niet hun beroep opgaven. Ze gingen terug naar hun kudde. Maar met iets dat veranderd was. Ze loofden en prezen God om wat ze gehoord en gezien hadden. John Bunyan vindt dit een belangrijk detail. Geestelijke ervaringen veranderen meestal niet je beroep, ze veranderen wel hoe je in je beroep staat.
Naar het gewone werk terug
In de pelgrimsreis komt Christen op een gegeven moment bij herders op de Berg Verkwikking. Ze zijn vriendelijk, ze wijzen hem dingen, en ze sturen hem dan weer op weg. De ontmoeting is niet bedoeld om hem permanent op de berg te houden. Hij moet door. Bunyan ziet de evangelische herders in een vergelijkbaar licht. Ze zagen iets bijzonders, en gingen vervolgens terug naar het gewone. Veel gelovigen denken dat een geestelijke ervaring betekent dat ze ergens nieuws naartoe moeten. Dat hoeft niet. Het kan ook betekenen dat je op dezelfde plek anders gaat staan, met dankbaarheid en lof in plaats van louter routine.
Lof als nieuwe ondertoon
Wat Bunyan verder opvalt is hoe de herders thuis kwamen. Niet stil, niet sober, maar loven en prijzen. Ze hebben er iets aan over gehouden dat in hen klonk. Hij moedigt zijn lezers aan om na het kerstfeest niet meteen alles weer als gewoonlijk te doen. Houd vast wat in deze dagen tot je doordrong. Hij is gekomen. Hij is voor mij gekomen. Hij is voor de wereld gekomen. Laat dit refrein deze laatste dagen van het jaar mee blijven klinken. Niet alleen op zondag in de kerk, maar onder je werk, terwijl je opruimt, in een gesprek met een familielid. Een korte gedachte, een dankzegging, een lied dat in je hoofd zit. Zo blijft kerst niet beperkt tot 25 december, maar werkt het door.
Ter overdenking
- Hoe houd ik vast wat in deze kerstdagen tot mij is doorgedrongen?
- Welke "lof" mag mijn werk en gewone activiteiten deze week kleuren?