Op tweede kerstdag is de feeststemming nog aanwezig, maar zachter. De grote dag is voorbij, en wat nu? Johannes Calvijn merkt op dat de evangelist Johannes geen kerstverhaal vertelt in de zin van Lucas, met herders en engelen. Hij vertelt het in een andere stijl. Het Woord is mens geworden. En hij voegt er iets aan toe wat Lucas niet zo expliciet zegt. Uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade.
Geen eenmalige toedeling
Wat Calvijn vooral wil onderstrepen, is dat de genade van Christus geen eenmalige toedeling is. Wij ontvangen niet alleen wat hij gaf op het moment van zijn geboorte, of op het moment van zijn dood, of op het moment van onze bekering. Wij ontvangen voortdurend. Genade op genade. Het is alsof er een rivier is die niet ophoudt te stromen, en wij staan steeds opnieuw in haar bedding. Wie deze gedachte vasthoudt na de kerstdrukte, leert kerst minder als gebeurtenis te zien en meer als opening van een doorlopende verbinding. Wat vandaag uit hem komt, is even kostbaar als wat gisteren uit hem kwam.
Volheid die niet leegloopt
Calvijn merkt op dat de meeste bronnen waaruit wij in dit leven ontvangen, beperkt zijn. Een vriendschap kan opdrogen. Een baan kan eindigen. Een gezondheid kan afnemen. Een familielid kan sterven. Maar de volheid van Christus loopt niet leeg. Dat betekent voor wie net kerst vierde dat morgen iets begint dat niet ophoudt op nieuwjaar of in januari of in de zomer. Hij blijft volheid uitdelen. Genade op genade. Niet als beloning voor presteren, maar als overstroming van wie hij is. Wie deze gedachte vandaag op tweede kerstdag mediteert, gaat na de feestdagen anders het gewone leven in. Niet alleen kerst gehad, maar in iemand zijn die kerst niet meer ophoudt.
Ter overdenking
- Hoe blijft het kerstfeest doorwerken in mijn dagelijks leven?
- Welke "genade" wil ik vandaag uit zijn volheid ontvangen?