Het meest sobere zinnetje uit het kerstverhaal staat in Lucas 2. Voor hen was geen plaats. Thomas a Kempis blijft hier graag bij staan. Niet als verwijt aan de herbergier van toen, want we weten niet hoe het werkelijk gegaan is. Maar als spiegel voor onszelf. Op de avond voor kerst is de eenvoudige vraag: is er bij mij plaats? In mijn drukke agenda, in mijn vermoeide hart, in mijn volle hoofd, in mijn gevulde leven. Of word ik er straks ook achter dat er voor hem geen plaats was?
Wat plaats maken inhoudt
Thomas legt zijn lezers uit dat plaats maken op kerstavond niet vooral een kwestie is van iets nieuws toevoegen. Het is een kwestie van iets stilleggen. Plaats voor Christus ontstaat door even niets anders te doen. Een kwartier zonder telefoon. Een uur niet werken. Een korte stilte voor het slapen gaan. Tijd waarin je iets anders kan binnenkomen dan wat normaal je dag vult. Dat is de gewone, eenvoudige manier waarop een mens een gastenverblijf wordt. Een herberg met ruimte, omdat hij niet alle kamers zelf bezet.
Een kerstavond die anders kan
Voor velen is kerstavond druk. Voorbereidingen, kinderen, koken, familie die komt of waar je naartoe gaat. Thomas zegt: dat hoeft niet anders te zijn dan het is. Maar zorg dat ergens in deze avond een stille kamer in je hart wordt gemaakt voor wie geboren werd. Een paar minuten alleen, met de tekst van Lucas 2 open of in je hoofd. Geen agenda, geen plan, alleen ruimte voor hem die zelf wil binnenkomen. Hij vraagt niet om een paleis. Hij vraagt om een kribbe. En een kribbe is wat alle mensen, ongeacht omstandigheden, hem kunnen bieden vanavond. Wie zo eindigt op kerstavond, gaat morgen met een ander hart de kerstdag in.
Ter overdenking
- Welke gewone activiteit kan ik vanavond bewust stilleggen om plaats te maken?
- Hoe ziet "mijn kribbe" voor hem er op deze kerstavond uit?