Bernard van Clairvaux wijdt in zijn boekje Over de liefde tot God een passage aan de menswording als hoogste teken van Gods liefde. God had ons op duizend manieren kunnen vertellen dat hij ons liefhad. Hij had brieven kunnen sturen, profeten kunnen blijven zenden, tekenen van zijn macht kunnen tonen. Hij koos iets oneindig diepers. Hij kwam zelf, in een lichaam zoals het onze. Liefde die woorden te boven gaat, liefde die zich kwetsbaar maakt voor wie zij bemint.
Wat liefde laat zien in kerstmis
Bernard onderstreept dat de kerstgebeurtenis vier dingen toont over liefde. Eerste, dat liefde komt naar wie ze liefheeft. Ze blijft niet op afstand. Tweede, dat liefde zichzelf klein maakt om naast de geliefde te kunnen staan. Een grote dokter buigt voor het kindje. Een grote koning legt zijn troon neer voor zijn vriend. Derde, dat liefde lijdt om de geliefde te helpen. Geen liefde houdt afstand bij pijn van wie ze liefheeft. Vierde, dat liefde alles wat ze heeft, geeft. Niets terughoudt voor zichzelf. Bernard vond dat we deze vier in elke kerstviering opnieuw moeten herkennen. Niet alleen als feit van het verleden, maar als model voor wie ook in liefde wil staan.
Eerst liefde ontvangen
Bernard zegt dat wij niet kunnen liefhebben zoals hier wordt beschreven, voordat wij zelf liefde hebben ontvangen. Wij kunnen niet uit lege handen geven. Daarom is het belangrijk om in advent en kerst eerst te ontvangen wat hij heeft gegeven. Bewust binnen te laten dat hij naar mij toe is gekomen. Bewust te accepteren dat hij voor mij klein werd. Bewust te aanvaarden dat hij voor mij leed. Bewust dankbaar te zijn voor wat hij gegeven heeft. Wie eerst zo ontvangt, kan daarna naar anderen toe gaan, klein worden waar nodig, lijden waar het past, geven waar gevraagd wordt. Niet als prestatie, wel als doorgift van wat ontvangen is.
Ter overdenking
- Welke van Bernards vier kenmerken van liefde wil ik vandaag eerst ontvangen?
- Bij wie zou ik dezelfde liefde willen doorgeven deze week?