De engel Gabriël komt bij Maria binnen met een groet die haar uit haar evenwicht brengt. Hij noemt haar "begenadigde". Niet "u die hard hebt gewerkt". Niet "u die uw best heeft gedaan". Niet "u die geestelijk presteerde". Begenadigde. Iemand die genade ontvangen heeft, voordat zij iets deed. Andrew Murray ziet hierin een verbeelding van hoe God altijd met zijn dienaren werkt. Eerst genade, dan opdracht. Niet andersom.
De volgorde maakt verschil
In veel godsdiensten en levensbeschouwingen werkt het andersom. Eerst presteer je, dan ontvang je. Eerst doe je je best, dan krijg je acceptatie. Eerst maak je jezelf waardig, dan kom je in aanmerking voor iets goeds. Murray zegt: het christelijk geloof draait dit om. Maria krijgt eerst de toezegging "u bent begenadigde", en pas daarna de opdracht "u zult een zoon dragen". De volgorde is: gunst eerst, taak daarna. Dat is iets om vast te houden voor wie altijd het gevoel heeft eerst te moeten leveren voordat God hem aanvaardt. Je bent al begenadigd, in Christus. Vanuit die positie ga je je dingen doen, niet om die positie te verdienen.
Wat dit betekent voor moedeloosheid
Murray weet dat zijn lezers soms in een soort geestelijke moeheid komen. Ze proberen voor God te leven, en raken uitgeput. Hij zegt: terug naar de groet. Begenadigde, de Heer is met u. Voordat je vandaag iets gedaan hebt. Voordat je iets goed of fout deed. Voordat je deze nieuwe ochtend iets bewees. Begenadigd. De Heer is met u. Wie zo zijn dag begint, werkt vanuit zekerheid in plaats van naar zekerheid toe. En vanuit zekerheid werken is veel duurzamer dan werken om zekerheid te verkrijgen. Maria mocht dragen wat God in haar wilde leggen, juist omdat zij zich eerst gegroet wist als begenadigde. Datzelfde principe geldt vandaag nog steeds.
Ter overdenking
- Werk ik vanuit acceptatie of probeer ik nog steeds acceptatie te verdienen?
- Hoe zou Gabriëls groet aan Maria ook tot mij gericht kunnen klinken vandaag?