J.C. Ryle merkt op dat de engel die aan Jozef verscheen, in één korte zin de hele bestemming van Jezus aankondigde. Hij zal zijn volk redden van hun zonden. Niet "redden van de Romeinen", zoals veel joden hoopten. Niet "redden van armoede", hoewel hij velen genezen en voeden zou. Niet "redden van duisternis door wijsheid", hoewel hij ook leraar zou zijn. Maar: van hun zonden. Daar zit de eigenlijke nood, daar zit het werkelijk pijnpunt, en daar kwam hij voor.
Wat we soms liever vergeten
Ryle waarschuwt dat in de moderne tijd zonde een woord is dat liever vermeden wordt. Mensen praten makkelijker over "fouten", "gebreken", "trauma's", "kwetsuren". Allemaal woorden die in zekere zin op iets wijzen, maar geen van alle vertellen het hele verhaal. Zonde is iets specifieks. Het is de werkelijkheid dat ik op fundamenteel niveau gescheiden van God leefde, en wat ik deed, was daarvan een uiting. Wie het woord "zonde" weglaat uit het kerstverhaal, mist waarom Jezus precies kwam. Hij kwam niet alleen om mensen beter te laten functioneren in dit leven. Hij kwam om de breuk met God te helen. Daar zit het hart van advent in.
De goede kant van het horen
Ryle haast zich te zeggen dat dit niet bedoeld is om mensen te ontmoedigen. Integendeel. Wanneer ik mijn werkelijk probleem zie, kan ik mijn werkelijke Redder ontmoeten. Wie alleen kleine problemen erkent, vindt alleen een kleine helper. Wie zijn diepe probleem ziet, vindt een diepe Verlosser. Het kerstverhaal is goed nieuws omdat het zwaar nieuws serieus neemt. Wat in mij niet meer in orde was, wat ik zelf niet meer kon goedmaken, wat geen filosofie of zelfhulp kon repareren, is door zijn komst aangepakt. Dat is geen sombere reductie van het kerstverhaal, het is de eerste reden voor de vreugde.
Ter overdenking
- Welke kant van mijn werkelijke nood durf ik onder ogen te zien?
- Hoe ervaar ik hem als Redder, niet alleen als leraar of helper?