Luther haalt in zijn adventspreken de Jesaja 9-tekst graag aan, en hij wijst zijn hoorders steeds op een klein woordje dat de meeste mensen overslaan: "ons". Een Kind is ons geboren. Een Zoon is ons gegeven. Het is voor jou, zegt hij. Niet alleen voor geleerden, niet alleen voor priesters, niet alleen voor goede mensen. Voor jou, ook al ben je gewoon iemand die in een gewoon huis woont en gewone fouten maakt. Het is voor jou.
Geloof dat over je heen mag gaan
Luther wist dat veel mensen het evangelie horen alsof het over anderen ging. Een mooi verhaal, gezegende mensen die God ontmoeten, maar zelf? Wij zitten er ergens buiten. We luisteren wel, maar we voelen niet dat het over ons gaat. Luther bestreed deze afstand zijn hele leven. Hij hamerde op het persoonlijk maken van de tekst. Lees niet "een Kind is geboren", lees "een Kind is mij geboren". Dat verandert alles. Want wat aan jou gegeven is, mag je werkelijk ontvangen. Wat alleen om je heen plaatsheeft, blijft op afstand. Luthers geloofsleven kreeg een nieuwe dimensie toen hij dit kleine woord "mij" in heel de Schrift ging horen. Voor mij geboren. Voor mij gestorven. Voor mij opgestaan.
Hoe je dit oefent
Luther stelt iets praktisch voor. Lees op een dag in advent Jesaja 9:5 hardop. Zeg de woorden langzaam. Voeg dan in stilte na elke regel "mij" toe. Een Kind is mij geboren. Een Zoon is mij gegeven. Het bestuur is op zijn schouders, ook voor mijn leven. Wonderbare Raadsman, ook voor mijn beslissingen. Sterke God, ook voor mijn zwakheid. Eeuwige Vader, ook voor mijn eenzaamheid. Vredevorst, ook voor mijn onrust. Wie zo de tekst persoonlijk maakt, ervaart na een paar minuten dat het Adventswoord uit een boek in zijn hart komt. Niet meer iemand anders' geschenk, maar wat aan jou werd gegeven.
Ter overdenking
- Hoor ik het evangelie vaak als over anderen, zelden als aan mij gegeven?
- Wat verandert er als ik vandaag bewust het kleine "mij" in de tekst plaats?