Een fragment uit Jezus' jeugd: hij is twaalf, hij blijft achter in de tempel, en zijn ouders vinden hem na drie dagen zoeken. Zittend tussen de leraren. Niet als wijze die hen onderwijst, maar als jongere die luistert en vragen stelt. Thomas a Kempis blijft hier graag bij staan. De Zoon van God, hier al doorzien als bijzonder begaafd, kiest de positie van leerling, niet van leraar.
Wat dit zegt over leren
Thomas merkt op dat hier iets staat dat veel volwassenen liever vergeten. Wij zijn vaker geneigd om te onderwijzen dan om te leren. Wij hebben graag iets te zeggen, en kortere tijd om iets binnen te laten komen. Maar de Heer zelf koos, in zijn jeugd, voor luisteren. Hij was zo iemand die niet meteen hoefde te bewijzen wat hij wist. Hij stelde vragen. Hij liet zich onderwijzen. Pas later sprak hij als degene die door God gezonden was. Thomas zegt: laat dit een aanwijzing zijn. Ook wij leren beter wanneer we ophouden eerst onze eigen mening te willen geven, en in plaats daarvan luisteren en vragen.
Een eigenschap die in zijn aanwezigheid leert
Bij Christus wordt iemand niet groter in zichzelf, hij wordt groter in luisteren. Wie veel tijd met hem doorbrengt, leert ook tegenover andere mensen meer luisteren. Hij leert de waarde van een vraag boven een uitspraak. Hij leert het belang van even niet meteen reageren. Hij leert hoeveel mensen iets ontvangen wanneer ze het gevoel hebben werkelijk gehoord te worden. Dat is een vrucht van christen-zijn die meer wordt gewaardeerd dan veel andere. En het begint hierin: Jezus zelf was iemand die luisterde. In de tempel, op de weg, in gesprekken die in het evangelie zijn opgeschreven. Wie hem volgt, leert het van hem.
Ter overdenking
- Praat ik vaker dan ik luister, ook in mijn gesprekken met God?
- Welk gesprek vandaag mag ik aangaan met meer luisteren en minder spreken?