Dalen vullen en bergen slechten

Jesaja 40:3 · NBV21
Maak ruim baan voor onze God.
Dag 10 december
Lezen Begin de overdenking

Jesaja roept in hoofdstuk 40 op om een weg te maken voor de Heer. Hij gebruikt sterke beelden. Elk dal moet worden opgevuld, elke berg moet worden afgeslecht, kromme paden moeten recht worden. Spurgeon merkt op dat dit niet alleen geografische beelden zijn, het zijn beelden voor wat in een mens moet gebeuren als hij Gods komst wil ontvangen. Sommige dingen in ons hart liggen te diep, andere te hoog, weer andere te kronkelig.

Wat dalen zijn

Spurgeon ziet in dalen die gebieden van ons leven waar we ondermaats leven. Plekken van wanhoop. Plekken van moedeloosheid. Plekken waar we onszelf te klein houden om iets te doen wat God van ons vraagt. Die dalen moeten worden opgevuld. Niet door zelf hard te zwoegen, maar door God te laten optillen. Hij vult dalen door zijn beloften, door zijn vergeving, door zijn Geest. Wie zich te klein voelt voor zijn werk, mag horen: hij vult uw dal. Wie zich onder zijn niveau gedrukt voelt, mag horen: hij tilt u op tot waar u hoort.

Wat bergen zijn

Bergen zijn voor Spurgeon plekken waar wij ons te groot maken. Hoogmoed in eigen oordelen. Stijfkoppigheid in eigen mening. Onverzettelijkheid waar God ons aan iets nieuws wil herinneren. Die bergen moeten worden geslecht. Dat doet pijn. Onze hoge punten zijn meestal de plekken waar we het meest gehecht zijn. Maar God laat geen weg door bergen, hij slecht ze. Wat te hoog in ons opgekomen is, wordt naar beneden gebracht zodat zijn weg vrij komt. En de kromme paden, dat zijn de gangen waar wij niet eerlijk hebben gelopen. Die moeten recht. Eerlijk worden over wat verkrampt was, dingen weer rechtleggen.

Ter overdenking

  • Welk dal moet in mij worden opgevuld?
  • Welke berg moet worden geslecht?
Heer, vul mijn dalen en slecht mijn bergen, dat uw weg vandaag door mij heen vrij komt. Amen.
Bron

Treasury of David, bij Jesaja 40