Aan de vooravond van december lezen kerken vaak Jesaja 40 over een stem in de woestijn die de weg bereidt voor de Heer. Het lied is bedoeld voor wie wacht op zijn komst. Thomas a Kempis stelt zijn lezers een vraag die deze dagen scherp wordt. Hoe maak je ruimte voor iemand die komt? Een huis dat overvol is, kan geen nieuwe gast ontvangen. Een agenda die overgepland is, kan niets nieuws toelaten. Een hart dat overgevuld is met andere zaken, ervaart zijn aanwezigheid niet zoals hij bedoelt.
Wegnemen voor ontvangen
Adventsvoorbereiding is volgens Thomas niet vooral een kwestie van iets toevoegen. Het is een kwestie van iets wegnemen om plaats te maken. Welke gewoontes vullen mijn dag zo dat er geen ruimte meer is voor stilte? Welke gedachten draaien mij rond zonder dat ik ze de plek geef die ze toekomen? Welke onverwerkte conflicten in mijn relaties houden mij bezig zonder dat ik ze adresseer? Wat overvol is, moet leger worden om hem te ontvangen. Dat is geen ontkenning van de drukte van de tijd, het is een wijsheid om er doorheen.
Praktische stappen voor december
Thomas was praktisch, en zou waarschijnlijk concrete stappen aanraden. Eén dag per week iets minder agenda. Eén avond per week een halfuur stilte in plaats van scherm. Eén relatie waar je iets uitsprak dat al lang ongezegd lag. Eén Bijbelgedeelte dat je bewust mediteert door december heen, bijvoorbeeld Jesaja 40 tot 55. Niet groot, niet heldhaftig, maar consequent. Wie zo zijn Advent begint, ontdekt dat de viering van zijn komst op kerst niet abrupt komt. Ze is dan al een tijdje aan het binnenkomen, in de stille keuzes om ruimte te maken. En dat is, zegt Thomas, hoe een gelovige eigenlijk ieder jaar opnieuw zijn Heer wil ontvangen.
Ter overdenking
- Welk klein "wegnemen" zou voor mij ruimte maken in deze adventsperiode?
- Waar in mijn leven is hij vooral aan het kloppen om binnen te komen?