Paulus had iets dat hij een doorn in zijn vlees noemde. Wat het precies was, weten we niet. Wel weten we wat hij ermee deed. Hij bad er drie keer voor dat het weg zou gaan, en het antwoord kwam in drie woorden. Mijn genade is u genoeg. Spurgeon merkt op dat dit antwoord verrassend is. Niet "ik zal het weghalen", niet "morgen is het weg", maar "mijn genade is genoeg". Het probleem blijft, maar de genade die het draagt is voldoende.
Niet altijd weggenomen
Veel gelovigen bidden voor wegname. Soms doet God dat. Een ziekte gaat over, een relatie wordt geheeld, een omstandigheid verbetert. Maar soms doet hij dat niet, en Paulus heeft dat ondervonden. Drie keer bidden, en het ging niet weg. Wat hij wel kreeg, was voldoende. Spurgeon zegt: dat is een belangrijke les. God is niet zuinig in zijn aanbod, hij geeft alleen niet altijd wat wij vragen. Hij geeft soms iets anders, dat groter is dan wat wij vroegen. Wegname zou Paulus' karakter niet zo gevormd hebben als de genade in de zwakte deed. Dat geldt voor ons ook. Soms is iets behouden meer waard dan iets weggenomen.
Niet "zal zijn" maar "is"
Spurgeon let op het werkwoord. Niet "mijn genade zal u genoeg zijn", maar "is". Tegenwoordige tijd. Op dit moment, in deze zwakte, in dit gebrek aan kracht, is mijn genade reeds voldoende. Niet over een uur, niet over een week, nu. Veel christenen wachten op een ogenblik waarop ze meer kracht zullen voelen. Maar de genade is al beschikbaar voor wie nu zwak is. Wat ontbreekt, is niet de toezegging, maar de bereidheid om het te ontvangen. Spurgeon nodigt zijn lezers uit: in plaats van te wachten op een betere dag, ontvang vandaag wat hij vandaag geeft. Dat is genoeg, ook al voelt het soms niet zoals je hoopte.
Ter overdenking
- Welke "doorn" probeer ik vooral weg te bidden in plaats van te dragen met genade?
- Wat zou er veranderen als ik vandaag geloofde dat zijn genade al genoeg is?