Octavius Winslow schreef een heel boek over één vers. No Condemnation in Christ Jesus. Hij vond dat de eerste zin van Romeinen 8 zoveel inhoud bevat dat een gelovige er zijn hele leven uit kan putten. Niet omdat hij hem nog niet snapt, maar omdat hij hem altijd opnieuw nodig heeft. Wij vergeten gemakkelijk, schrijft Winslow, dat onze positie in Christus al definitief is.
Zonder voorwaarden achteraf
Veel christenen lezen Paulus' uitspraak en voegen er stilletjes een voorwaarde aan toe. Geen veroordeling, mits ik vandaag niet te veel fouten heb gemaakt. Geen veroordeling, mits ik genoeg heb gebeden. Geen veroordeling, mits ik mij voldoende goed voel. Winslow zegt: dat staat er niet. De voorwaarde is "in Christus Jezus". Dat is geen prestatie, dat is een positie. Wie aan hem verbonden is, valt onder zijn dekking. Punt. Wat ik vandaag wel of niet heb gedaan, verandert mijn dekking niet. Wat ik wel of niet voelde, verandert haar niet. Wie hier vat van krijgt, ontspant.
Wat met de dagelijkse fouten?
Winslow loopt eerlijk in op de vraag. Wat doen we dan met de zonden die we vandaag begaan? Negeren? Bagatelliseren? Nee. We belijden ze, we vragen vergeving, we proberen anders. Maar al die tijd wankelt onze positie niet. Vergeving is herstel binnen de relatie, niet herstel van een verloren relatie. Een kind dat door zijn vader wordt vermaand, is nog steeds een kind. De relatie wankelt niet, de momentele intimiteit wel. Zo is het in Christus ook. Wij blijven kinderen, ook op een dag van fouten. We zoeken herstel binnen de relatie, niet erbuiten. Dat verandert hoe een gelovige met zijn eigen falen omgaat. Niet meer met paniek, wel met serieuze terugkeer.
Ter overdenking
- Voeg ik onbewust een voorwaarde toe aan "geen veroordeling"?
- Hoe verandert het als ik vandaag geloof dat mijn positie in hem niet wankelt?