In Getsemane vraagt Jezus aan zijn discipelen om wakker te blijven en met hem te bidden. Drie keer komt hij terug, en drie keer vindt hij hen slapend. Andrew Murray merkt op dat Jezus' commentaar verrassend mild is. De geest is wel gewillig, zegt hij, maar het lichaam is zwak. Dat is geen verwijt zonder begrip, dat is een diagnose mét begrip. Hij weet wat in de discipelen leeft. Hij weet dat ze in hun hart bij hem willen blijven, maar dat hun lichaam ze niet helpt.
Tussen willen en kunnen
Murray vindt deze tekst troostend voor wie worstelt met gebed. Veel gelovigen weten dat ze willen bidden, en toch lukt het niet zo goed als ze hopen. Hun lichaam roept om slaap als ze knielen. Hun aandacht dwaalt af binnen één minuut. Hun lijst van zorgen overstemt hun lijst van gebeden. Jezus veroordeelt deze worsteling niet. Hij begrijpt haar. Wat hij wel vraagt, is dat we het niet opgeven. Wakker blijven met hem is geen prestatie van bewustzijn, het is een gerichtheid. Ook als je lichaam tegenwerkt, mag je je hart richten.
Klein opnieuw beginnen
Murray geeft een praktisch advies. Wanneer je in gebed afdwaalt, val niet in zelfverwijt. Keer eenvoudig terug naar de richting. Niet meer dan dat. Twintig keer in een halfuur afdwalen en twintig keer terugkeren is meer waard dan vijf minuten gefocust bidden en dan opgeven. Het oefenen zit in het terugkeren. Murray wijst erop dat zelfs de discipelen, die in Getsemane gefaald hadden, later vurige getuigen werden. God geeft niet op. Hij vraagt vandaag aan jou, net als toen aan hen, wakker te blijven en mee te bidden. Een paar minuten oprecht, in al je gewone zwakheid, is iets wat hij waardeert. Geef het niet op vanwege je vermoeidheid, blijf terugkeren in al je vermoeidheid.
Ter overdenking
- Waar geef ik mijn gebed op omdat het niet "lukt"?
- Hoe kan ik vandaag eenvoudig terugkeren als ik afdwaal?