Jonathan Edwards was overtuigd dat dankbaarheid niet een randversiering is van het christelijk leven, maar een basisoefening die heel het zien van de wereld vormt. Hij merkt op dat veel mensen weinig dankbaar zijn, niet omdat ze weinig hebben ontvangen, maar omdat ze niet hebben geleerd te kijken. Wie kijkt vanuit het uitgangspunt dat hij recht heeft op wat hij heeft, kan moeilijk dankbaar zijn. Wie kijkt vanuit het uitgangspunt dat alles gegeven is, is dankbaar voor het geringste.
Dankbaarheid is niet alleen voor goede dagen
Edwards weet dat dankbaarheid in een goed seizoen makkelijker is. Werk dat goed loopt, een gezond gezin, een mooie ochtend. Maar hij wijst op iets dat verder gaat. Een gerijpte gelovige leert ook dankbaar te zijn in seizoenen waarin niet alles vlot loopt. Niet omdat hij doet alsof het minder erg is dan het is, maar omdat hij ergens te midden van zorgen iets vasthoudt dat blijvend goed is. Hij is dankbaar voor Gods karakter, dat niet verandert. Hij is dankbaar voor zijn vergeving, die altijd geldt. Hij is dankbaar voor de hoop op een toekomst die hij niet zelf hoeft op te bouwen. Dankbaarheid op deze diepere laag is mogelijk, ook als oppervlakkige redenen tot vreugde even afwezig zijn.
Klein beginnen
Edwards is praktisch. Niet iedereen kan meteen dankbaar zijn in moeilijke seizoenen. Hij stelt voor om met kleine, alledaagse dingen te beginnen. Een paar minuten 's avonds waarin je opnoemt wat je vandaag ontving. Een kop koffie. Een vriendelijke groet. Een lichaamsdeel dat het deed. Een Bijbelvers dat opnieuw raakte. Een wandeling. Wie zich aanwent om elke avond drie of vijf van zulke dingen op te noemen, ontdekt na verloop van tijd dat zijn algemene kijk op het leven verschuift. Hij ziet meer. Niet omdat er meer is dan vroeger, maar omdat hij beter is gaan kijken. Dat is geen techniek voor een beter leven, het is een vorm van eer geven aan de Gever.
Ter overdenking
- Tel ik mijn zorgen, of mijn zegeningen?
- Welke drie dingen kan ik vanavond bewust opnoemen waarvoor ik dankbaar ben?