Jesaja gebruikt een beeld dat door de eeuwen heen kostbaar is geweest voor gelovigen. God heeft de naam van zijn volk in de palm van zijn hand gegrift. Niet erop geschreven met inkt die kan wegspoelen, niet erin gekrast met een stiftje dat kan slijten. Gegrift. Een ingreep die zo diep gaat dat hij niet meer weggaat. Calvijn merkt op dat de context van deze tekst belangrijk is. Het volk had gedacht dat God hen vergeten was, en hij antwoordt met dit beeld.
Onmogelijk te vergeten
Iemand die jouw naam in zijn handpalm draagt, ziet hem elke dag. Hij ziet hem als hij iets oppakt. Hij ziet hem als hij iets neerlegt. Hij ziet hem in werk, in eten, in alles. Het is onmogelijk te vergeten. God laat zien dat zijn betrokkenheid op zijn volk dit gehalte heeft. Niet "in zijn hoofd" zoals een lange takenlijst, maar in zijn hand, dichtbij, in voortdurend zicht. Calvijn zegt: dit moet pelgrims troosten die in donker seizoenen denken dat ze uit zijn gedachten zijn weggegleden. Onmogelijk. Niet omdat hij sentimenteel zou zijn, maar omdat hij zelf is wie zich aan ons heeft verbonden.
Wat dit betekent op een nieuwe ochtend
Calvijn moedigt zijn lezers aan om elke ochtend te beginnen met dit besef. Voordat de dag begint, ben ik niet vergeten. Mijn naam staat in zijn handpalm. Wat ook gaat gebeuren, hij denkt aan mij. Dat verandert hoe je je dag binnenkomt. Niet meer als anonieme deelnemer aan een wereldgebeuren, maar als iemand die door iemand wordt gezien. Niet meer alleen werkend voor wat je vandaag moet, maar wetend dat iemand met je is. Het lijkt eenvoudig, en het is eenvoudig. Maar de werking is diep. Wie zo zijn dag in gaat, raakt minder snel ontmoedigd. En als hij toch ontmoedigt, vindt hij zijn rust weer terug door zich te herinneren dat zijn naam niet uit zijn handpalm geslepen kan worden.
Ter overdenking
- Voelde ik mij ooit vergeten door God, en hoe sprak deze tekst daarin?
- Wat verandert er als ik vandaag bewust besef dat mijn naam in zijn hand staat?