Iemand vraagt Luther tijdens een maaltijd hoe hij elke dag bidt. Zijn antwoord verbaast de vragensteller. Hij vertelt dat hij zijn hond, een trouw dier, vaak observeert. De hond staart naar een stuk vlees in de hand van zijn baas, met onverdeelde aandacht. Hij draait zijn kop niet weg, hij denkt niet aan andere dingen, hij staart. Was mijn gebed maar zo, zegt Luther, dan zou ik veel verder zijn. Een hond ziet de bedoeling van zijn baas, en richt zijn hele wezen daarop.
Onverdeelde aandacht is zeldzaam
Luther was eerlijk over zijn worsteling met gebed. Hij wist dat zijn gedachten afdwalen, dat hij met halve aandacht bidt, dat hij vaak meer over zijn zorgen denkt dan tot God spreekt over zijn zorgen. Het lukte hem niet om dit altijd door te breken. Maar wat hij geleerd had was iets praktisch. Korter en intenser was beter dan lang en verstrooid. Hij stelde zichzelf eerder een paar minuten gerichte stilte voor God voor, dan een half uur waarin zijn gedachten alle kanten op vlogen. Beter een korte focus dan een lange afdwaling. Wie dit principe toepast, ontdekt vaak een rijker gebed in minder tijd dan hij dacht nodig te hebben.
Blijven in de wijnstok
Luther verbindt dit met Jezus' woord uit Johannes 15. Blijven in de wijnstok is niet hetzelfde als veel doen. Het is verbonden blijven. Een paar minuten van werkelijke verbondenheid is meer waard dan een uur losse activiteit. Een korte zin uit het Onze Vader, langzaam tot je laten doordringen. Een psalm, langzaam gelezen. Een eenvoudige uitspraak: Heer, ik ben hier, blijf in mij. Wie zo bidt, oefent niet aan een prestatie, hij oefent aan een verbinding. En verbinding is het hart van geloof, niet alleen iets dat we erbij doen.
Ter overdenking
- Geef ik liever lange gebeden met halve aandacht, of korte gebeden met volle?
- Hoe kan ik vandaag een kort moment van werkelijk geconcentreerd gebed inruimen?