Thomas a Kempis biedt zijn lezers een interessante observatie. Wanneer wij iets vertellen aan iemand, moeten wij vaak uitleggen wat we eigenlijk bedoelen. Want woorden zijn ontoereikend, en de ander kent ons niet helemaal. Met God is dat anders. Hij weet al wat in ons omgaat voordat wij beginnen te spreken. Dat is geen reden om niet meer te bidden, het is een reden om te bidden zonder veel woorden. We hoeven hem niet te informeren, we hoeven hem te zoeken.
Geen omtrekkende bewegingen
Thomas merkt op dat veel gebeden lang duren omdat we niet meteen ter zake komen. We praten over de omstandigheden, we leggen uit waarom we ons zo voelen, we bouwen het verhaal op alsof we onze advocaat zijn. Bij God is dat overbodig. Hij kent het hele dossier al. Hij heeft alleen jouw aanwezigheid en jouw eerlijkheid nodig. Een korte zin als "Heer, ik ben bang" of "Heer, ik heb het verbruid" of "Heer, hier ben ik weer" is vaak voldoende. De omtrekkende bewegingen kunnen wegvallen. Wat overblijft is intieme, kort gehouden omgang. Dat is geen oneerbiedigheid, dat is vertrouwen.
Wat dit oplevert
Wie zo leert bidden, ontdekt iets praktisch. Hij bidt vaker. Want een gebed dat geen lange opbouw vraagt, kan op meerdere momenten van de dag plaatsvinden. Wachtkamer, fileritje, tijdens het wassen van afwas, even tussen vergaderingen door. Korte, eerlijke zinnen tot iemand die alles al weet. Thomas zegt: zulke gebeden bedoelen geen vervanging van langere stille tijd, ze bedoelen aanvulling. De gevolgen zijn opvallend. De afstand tussen jou en God krimpt, je leven krijgt onderliggende lijnen die je in de drukte niet kwijt raakt, en je merkt zachtjes dat je niet meer alleen door je dagen loopt. Hij is dichterbij dan je dacht, en hij heeft niet veel woorden nodig om dat te merken.
Ter overdenking
- Hoeveel woorden gebruik ik om God te informeren over wat hij al weet?
- Welk kort gebed zou ik vandaag op meerdere momenten kunnen uitspreken?