Andrew Murray legt zijn lezers iets uit dat soms over het hoofd wordt gezien. Een verbond is geen contract. Een contract is een afspraak waarbij twee partijen voorwaarden inruilen, en als één van hen de voorwaarden niet nakomt, vervalt de afspraak. Een verbond is anders. Het is een verbintenis die overstijgt wat één partij doet of nalaat. God maakt met zijn volk geen contract, hij maakt een verbond. Dat is een groot verschil voor wie wel eens twijfelt aan zijn eigen vasthouden.
Wat verbondstaal anders doet
Murray wijst op iets in het Lucasevangelie. Jezus gebruikt bij het laatste avondmaal de uitdrukking "nieuw verbond, door mijn bloed". Hij bezegelt deze verbintenis niet met handtekeningen of zegels, maar met zijn eigen bloed. Wie zoiets bezegelt, doet het in alle ernst. Hij koopt zijn deel er niet mee af, hij garandeert het. En de garantie ligt niet aan onze kant, ze ligt aan zijn kant. Als ik faalt, valt het verbond niet weg, want hij heeft het bezegeld. Mijn falen zit erbij, hij heeft het meegerekend toen hij tekende.
Wat dit doet voor schuldgevoel
Veel gelovigen leven met een ondertoon van schuldgevoel. Ze denken dat als ze één keer iets verkeerd doen, ze hun positie bij God weer moeten verdienen. Murray zegt: dat is contracttaal, geen verbondstaal. In een verbond wankel jij, maar de verbintenis wankelt niet. Daarom mag een gelovige steeds opnieuw met vertrouwen tot God komen. Niet onverschillig over zijn zonde, maar wel zeker dat zijn relatie met hem niet stuk gaat door één misstap. Dat is geen vrijbrief, het is het tegendeel. Wanneer ik weet dat zijn liefde niet hangt aan mijn gedrag, wil ik juist niet meer datgene doen wat hem verdriet. Liefde uit zekerheid groeit beter dan gehoorzaamheid uit angst.
Ter overdenking
- Leef ik nog steeds een beetje in een contract-mentaliteit?
- Hoe verandert het als ik diep geloof dat het verbond door zijn bloed is bezegeld?