J.C. Ryle merkt op dat veel mensen wel goed beginnen in het geloof, maar minder goed doorgaan. Eerst is er enthousiasme, dan komt sleur. Eerst is er gebed, dan komt vergetelheid. Eerst is er gemeenschap, dan komt afzondering. Hij waarschuwt zijn lezers dat het beginnen niet alles is, het doorgaan ook. Jezus zegt het zelf: wie volhardt tot het einde, zal behouden worden. Het is in dezelfde geest dat hij in Openbaring zegt: houd dat goede vast tot ik kom.
Wat doorgaan moeilijk maakt
Ryle noemt drie redenen waarom volhouden lastig is. Eerste, de aanvankelijke gevoelens slijten. Wat eerst nieuw was, wordt vertrouwd, en wat vertrouwd is, wordt nauwelijks meer gevoeld. Tweede, de aanvallen worden subtieler. In het begin zijn de verleidingen vaak grof en duidelijk te herkennen. Later komen ze in verfijnde vormen, en die zijn moeilijker te weerstaan. Derde, vermoeidheid speelt op. Een gelovige van veertig jaar standtijd heeft veel meer zware momenten achter zich dan iemand van twee jaar. Het gewicht van het lange volhouden kan opbouwen tot een verleiding om te ontspannen.
Wat doorgaan mogelijk maakt
Tegen elke reden om af te haken, plaatst Ryle een middel om door te gaan. Tegen sleur: regelmatige hernieuwing van eerste liefde, terug naar het kruis. Tegen subtiele aanvallen: voortdurend luisteren naar de Schrift en goede prediking om je oor scherp te houden. Tegen vermoeidheid: ontmoeting met andere gelovigen die je dragen wanneer je zelf niet meer kunt dragen. En boven dit alles plaatst hij gebed. Niet alleen een snelle ochtendgewoonte, maar werkelijk geestelijke ademhaling. Wie deze middelen blijft gebruiken, ontdekt dat de Heer hem trouw blijft, ook in zijn moe-zijn. Volhouden is geen prestatie alleen, het is een gave die ontvangen wordt door wie hem blijft zoeken.
Ter overdenking
- Wat is de grootste verleiding voor mij om af te haken op dit moment?
- Welk middel om vol te houden mag ik vandaag opnieuw oppakken?