Wie iemand belangrijks gaat opzoeken, kleedt zich vaak eerst goed aan. Hij wast zijn handen, kamt zijn haar, oefent wat hij gaat zeggen. Thomas a Kempis merkt op dat veel christenen dit ook doen voor God. Ze willen niet zomaar tot hem komen. Ze willen eerst hun zaken op orde hebben. Ze willen eerst niet meer moe zijn, niet meer geïrriteerd, niet meer twijfelend. Pas dan voelen ze zich bevoegd om te bidden. Thomas zegt: Jezus zegt het anders. Komt allen die vermoeid en belast zijn.
De uitnodiging is voor wie nog niet rust heeft
Jezus nodigt niet de uitgeruste mensen uit. Hij nodigt de vermoeide en belaste mensen uit. Mensen met te volle agenda's, mensen met zorgen, mensen met spijt, mensen met onbeantwoorde vragen. Ze hoeven niet eerst tot rust te komen om bij hem te komen. Ze komen juist tot hem omdat ze geen rust hebben. Hij is geen Heer die wacht tot je presentabel bent. Hij is iemand die zegt: laat het zo komen als het is, hier vindt je wat je niet zelf kunt opbrengen.
Wat hij geeft
Wat Jezus belooft is niet alleen een morele richtlijn of een troostend woord. Hij belooft rust. Een specifieke werkelijkheid die hij geeft. Niet altijd een rust die de omstandigheden verandert, maar wel een rust van binnen die door de omstandigheden heen aanhoudt. Thomas weet dat dit niet automatisch komt door één keer komen. Het komt door blijven komen. Door dagelijks weer naar deze plek terugkeren, door dagelijks weer onder dit juk komen dat hij voor je heeft uitgekozen. Niet een juk dat zwaarder maakt, maar een juk dat je leert lopen op een manier die past bij je gemaakte aard. Wie hier oefent, ervaart na verloop van tijd dat hij rust draagt waar hij vroeger onrust droeg.
Ter overdenking
- Wacht ik tot ik "klaar" ben voor ik tot God ga?
- Hoe kan ik vandaag tot hem komen, juist met wat in mij ontspoort?