Wanneer iemand naar de dokter gaat, laat hij zijn wonden zien. Hij verbergt ze niet, integendeel, hij wijst aan waar het pijn doet. Maar bij God, schrijft Octavius Winslow, doen veel christenen iets anders. Ze proberen hun beste kant te tonen. Ze gaan netjes gewassen en gekleed in gebed, alsof God geen pijn wil zien. Winslow zegt: u behandelt hem als iemand die u moet imponeren, terwijl hij iemand is die u wil genezen.
Wat een arts nodig heeft
Een arts kan niet helpen als hij niet weet waar het pijn doet. Hij heeft uitleg nodig, hij heeft het wond onbedekt nodig. Pas dan kan hij behandelen. Zo is het ook in gebed. God weet alles, dat is waar, maar hij wacht erop dat jij hem laat zien wat in je leven gebroken is. Niet om je te vernederen, maar om je te bedienen. Wie weigert zijn wonden te tonen, weigert ook de behandeling. Wie ze opent, schept ruimte voor genezing. Winslow noemt dit een paradox van het christelijk leven. Hoe meer eerlijk je durft te zijn over je pijn, hoe meer ervaring je krijgt van Gods werk.
Diepe wonden, diepe verzorging
De psalmist gebruikt een sterk beeld. Diepe wonden, en God verzorgt ze. Niet oppervlakkig depperend, maar werkelijk verzorgend. Sommige mensen denken dat hun verdriet te diep is om aan God voor te leggen. Een verlies van een kind. Een huwelijk dat onverwacht stuk ging. Een trauma uit de jeugd dat niemand weet. Een geestelijke leegte die nooit echt overgaat. Winslow zegt: juist deze diepere wonden zijn waar hij van plan is werken. Ze zijn niet te groot voor hem, ze zijn precies waarvoor hij kwam. Wie ze hem geeft, ervaart op de duur dat zelfs over de littekens iets zachts ligt.
Ter overdenking
- Welke wond heb ik nog niet eerlijk aan God laten zien?
- Wat zou er gebeuren als ik vandaag, in stilte, een diepere wond hem onder ogen bracht?