Een Farizeeër heeft Jezus uitgenodigd om bij hem te eten. Tijdens de maaltijd komt er onverwacht een vrouw binnen. Ze knielt aan de voeten van Jezus, huilt, en wast met haar tranen zijn voeten. Simon de gastheer denkt: als deze man echt een profeet was, zou hij weten wat voor vrouw dit is. Matthew Henry merkt op dat Jezus zijn gedachten leest, en hem dan iets leert over liefde dat hij niet verwachtte.
Een vraag over twee schuldenaars
Jezus vertelt een kort verhaal. Twee mensen waren een schuldenaar. De ene was vijfhonderd denarie schuldig, de andere vijftig. Beiden konden niet betalen, en hij schold beiden de schuld kwijt. Wie van hen, vraagt Jezus, zal het meest van hem houden? Simon ziet niet meteen waar dit heen gaat, maar hij antwoordt: degene die het meest is kwijtgescholden. Precies, zegt Jezus, en wijst dan op de vrouw. Wat zij doet, is wat van het hart komt dat veel ontvangen heeft. Wat jij niet doet, is wat ontbreekt bij wie weinig denkt te hebben gekregen.
De gevaarlijke kant van weinig schuld
Henry vraagt aandacht voor een kant die mensen vaak overslaan. Het gevaar zit niet bij de vrouw, het zit bij Simon. Hij is geen openlijke zondaar, geen prostituee, geen tollenaar. Hij is een nette godsdienstige man. Juist die mensen lopen het risico om weinig liefde voor Christus te hebben, omdat ze in hun ogen weinig nodig hadden. Henry waarschuwt zijn lezers: als je merkt dat je liefde voor Christus klein is, vraag je dan af of je je werkelijke schuld onder ogen ziet. Wie zichzelf als bijna goed beschouwt, kan moeilijk diep liefhebben. Wie inziet dat zijn schuld groter was dan hij dacht, leert intens beminnen.
Ter overdenking
- Sta ik dichter bij Simon of bij de vrouw in dit verhaal?
- Hoe kan ik vandaag mijn werkelijke schuld eerlijk onder ogen zien, om mijn liefde te zien groeien?