Het Dal van de Schaduw van de Dood

Psalm 23:4 · NBV21
Ook al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want u bent bij mij.
Auteur John Bunyan
Dag 28 oktober
Lezen Begin de overdenking

Op zijn reis komt Christen door een gedeelte dat Bunyan het Dal van de Schaduw van de Dood noemt. Het is donker, vol vreemde geluiden, en aan de ene kant zit een diepe afgrond, aan de andere kant moerassen. De smalle weg loopt er door heen, en de pelgrim hoort stemmen die godlasterende dingen fluisteren. Hij denkt op een gegeven moment dat ze uit zijn eigen hart komen. Het is een fase die veel christenen herkennen, en Bunyan beschrijft haar zonder pretenties.

Niet jouw gedachten, wel jouw oor

Wat Christen leert in dit dal, is iets belangrijks. De stemmen die hij hoort zijn niet noodzakelijk de zijne. Hij gaat door een terrein waar duistere stemmen binnen kunnen dringen, en zonder dat hij het door heeft, denkt hij dat ze in hem zelf opkomen. Bunyan stelt zijn lezers gerust. Wanneer je in zo'n donker dal loopt, gebeurt dit soms. Verwar het niet met je eigen zonde. Het is een aanvechting, niet een toestemming. Wat je echt doet, is dat je nog steeds doorloopt. Dat is wat telt. De stemmen kun je voorlopig niet stoppen, maar je voet blijft op het pad.

Het licht aan het einde

Bunyan beschrijft hoe Christen op een bepaald moment iets begint te zien aan de andere kant van het dal. Een licht. Hij weet niet precies vanwaar het komt, maar hij weet wel dat het de richting wijst. En naarmate hij verder loopt, hoort hij andere stemmen, ook van pelgrims die hem voorgegaan zijn. Stemmen die hem niet kleiner maken, maar bemoedigen. Het dal eindigt. Het is een doorgangs- gebied, geen woonplek. Wie hier doorheen wandelt, mag dat geloven. Aan het einde wacht licht, en de gemeenschap van wie ook door hier is geweest. Niemand komt er eeuwig in vast te zitten die werkelijk een pelgrim is.

Ter overdenking

  • Welk "dal" loop ik nu, en welke stemmen verwar ik wellicht met mijn eigen hart?
  • Welk klein licht aan de andere kant zie ik soms door de bomen?
Heer, ik loop dit dal niet alleen, u bent bij mij, breng mij naar het licht. Amen.
Bron

De pelgrimsreis, deel 1, het Dal van de Schaduw