Heer van alles, dienaar van allen

Johannes 8:36 · NBV21
Wie de Zoon vrij maakt, is werkelijk vrij.
Dag 26 oktober
Lezen Begin de overdenking

Maarten Luther begint zijn traktaat De vrijheid van een christen met twee stellingen die elkaar lijken tegen te spreken. Een christen is een vrij heer van alles, en aan niemand onderworpen. Een christen is een dienaar van allen, en aan iedereen onderworpen. Hoe kunnen deze twee tegelijk waar zijn? Luther besteedt zijn hele traktaat aan uitleggen hoe, en hij toont aan dat beide samen het kenmerk van een echt christenleven uitmaken.

Vrij door geloof

De vrijheid komt uit het geloof. Een gelovige is niemand onderworpen, want zijn redding hangt niet van mensen af. Hij hoeft geen priester te tevreden te stellen, geen kerkelijke instantie te plezieren, geen religieuze prestatie te leveren om door God geaccepteerd te worden. In Christus is hij aangenomen. Dat maakt hem vrij van iedere menselijke macht die hem onder een juk wil leggen. Daarom kon Luther zelf overeind blijven tegen keizer en paus. Zijn vrijheid was diepte gegrond in iets wat geen mens hem kon afnemen.

Dienaar door liefde

Tegelijk is hij dienaar van allen, en dat komt uit de liefde. Want wie werkelijk vrij is van eigen overlevingsangst, kan zichzelf weggeven aan anderen. Hij hoeft niet meer voor zichzelf op te komen, want hij is geborgen. Hij kan tijd, geld, energie steken in mensen om hem heen, niet uit verplichting, maar uit zijn rijkdom. Luther zegt: dat is het wonder van het christelijk leven. Vrijheid die onmiddellijk uitloopt op dienst. Wie alleen vrij wil zijn zonder dienst, is hooghartig. Wie alleen dient zonder vrijheid, is slaaf. Wie beide samen leeft, is christen.

Ter overdenking

  • Op welk gebied probeer ik een vrijheid die zonder dienst is?
  • Op welk gebied dien ik vanuit angst in plaats van vanuit vrijheid?
Heer, maak mij vrij in u, en daardoor dienaar van wie u op mijn weg zet. Amen.
Bron

De vrijheid van een christen, openingsthese