Geen tijd voor andermans fouten

Lucas 18:13 · NBV21
Ken jezelf, en je zult voor jezelf verachtelijker zijn dan voor anderen.
Dag 25 oktober
Lezen Begin de overdenking

Thomas a Kempis legt in zijn tweede hoofdstuk een vinger op iets pijnlijks. Wij hebben veel tijd om de fouten van anderen te bespreken, en weinig om naar onszelf te kijken. Wij kennen elkaars zwakheden tot op de centimeter, maar onze eigen blijven verborgen, of liever, niet werkelijk onder ogen gezien. Hij citeert dan een opmerking die als een spreuk door zijn boek loopt: wie zichzelf werkelijk kent, vindt zichzelf verachtelijker dan anderen.

Zelfkennis is niet zelfhaat

Thomas schrijft niet om mensen klein te maken of in zelfhaat te brengen. Hij schrijft om een gezond evenwicht te brengen. Wij hebben de neiging onszelf groter te maken dan we zijn, vooral door anderen kleiner te maken. Zelfkennis breekt dit doorbreekt. Niet door jezelf te haten, maar door eerlijk te zijn over wat er in jezelf zit. De kleinhartigheid. De onverzettelijkheid. De stille trots. De jaloersheid. De gedachten die niemand zou willen zien. Wie deze dingen onder ogen ziet, raakt iets van zijn neiging tot oordelen kwijt. Hij weet dat hij zelf wel wat in zijn eigen huis op te lossen heeft.

Wat zelfkennis oplevert

Twee dingen gebeuren bij wie zichzelf eerlijk leert kennen. Eerste, hij wordt milder voor anderen. Want hij weet dat als hij in de positie van die ander had gestaan, hij waarschijnlijk niet veel beter zou hebben gedaan. Tweede, hij wordt hongeriger naar genade. Want hij ziet hoezeer hij het nodig heeft. Wie zichzelf vergelijkt met andere mensen, denkt al snel dat hij wel meevalt. Wie zichzelf vergelijkt met wat in zijn eigen hart leeft, weet dat genade niet decoratief is, maar levensnoodzakelijk. Dat geeft een diepere omgang met Christus dan een oppervlakkige tevredenheid over zichzelf ooit kan.

Ter overdenking

  • Welke fout van een ander heb ik recent uitgemeten, en welke van mezelf ontweken?
  • Waar mag ik vandaag eerlijker zijn over wat in mij leeft?
Heer, geef mij eerlijke zelfkennis, en daardoor mildheid voor anderen en honger naar uw genade. Amen.
Bron

De navolging van Christus, boek 1 hoofdstuk 2