Thomas a Kempis wijdt een hele paragraaf aan iets wat veel moderne mensen weigeren te doen. Bedenken dat je sterft. Niet als somberheid, niet als doodsobsessie, maar als gezonde herinnering dat dit leven niet eindeloos is. Wie nooit aan zijn dood denkt, leeft alsof hij eeuwig is, en maakt daarom oneindige keuzes voor zaken die maar tijdelijk zijn. Wie zijn dagen eerlijk telt, leeft anders.
Niet morbide, wel wijs
Thomas haast zich te zeggen dat hij geen oproep doet tot zwarte stemming. Hij citeert Psalm 90 niet om mensen depressief te maken, maar om ze tot wijsheid te brengen. Want het ene wat aan deze kant van de eeuwigheid zeker is, is dat ze ophoudt. Wanneer weten we niet. Hoe weten we niet. Voor wie weten we niet. Maar dat het gebeurt, is zeker. Wie dit weet en in zich draagt, gaat anders met zijn tijd om. Hij stelt minder uit. Hij maakt minder ruzies over kleinigheden. Hij investeert in dingen die de eeuwigheid raken, niet alleen in dingen die deze ochtend belangrijk lijken.
Wat het oplevert om eerlijk te zijn
Thomas adviseert zijn lezers om elke ochtend bij het opstaan even te denken: vandaag zou ook mijn laatste dag kunnen zijn. Niet om angstig de dag in te gaan, maar om dankbaar binnen te komen. Als dit echt mijn laatste dag was, zou ik dan dezelfde dingen doen? Zou ik dat gesprek niet eerst voeren, omdat het is blijven liggen? Zou ik die boodschap niet sturen, die ik al twee weken uitstel? Zou ik niet anders met mijn geliefde omgaan, vandaag, vanavond? Een dergelijke vraag, vroeg in de dag, geeft urgentie aan wat er anders versuft was geweest. En het brengt vrede dat als ik vandaag verschijn voor God, ik niet met een grote lijst onafgemaakte goede dingen kom.
Ter overdenking
- Wat zou ik vandaag doen als dit echt mijn laatste dag was?
- Welke gewoonte van uitstellen mag ik vandaag onderbreken?