Twee voorwaarden voor één belofte

Jesaja 26:3 · NBV21
U bewaart hen in volkomen vrede die op u vertrouwen, want zij zijn op u gericht.
Dag 11 oktober
Lezen Begin de overdenking

Spurgeon noemt Jesaja 26:3 een van de mooiste verzen om in te ramen en aan de muur te hangen. Volkomen vrede. Niet half, niet schommelend, niet afhankelijk van de omstandigheden. Volkomen. Maar er staan twee voorwaarden bij. Op u vertrouwen, en op u gericht zijn. Spurgeon nodigt zijn lezers uit om beide eerlijk te onderzoeken.

Vertrouwen, niet vermoeden

De eerste voorwaarde is vertrouwen. Niet vaag hopen dat God iets zal doen, maar werkelijk op hem leunen. Spurgeon merkt op dat veel christenen meer vermoeden dan vertrouwen. Ze hopen dat het wel goed komt, ze hopen dat God ergens is, ze hopen dat ze niet helemaal alleen staan. Vertrouwen is iets sterker. Het is je gewicht op iemand verleggen. Het is zeggen: als hij niet houdt, val ik, dus ik reken erop dat hij houdt. Wie zo vertrouwt, ervaart een diepte van rust die met hoop niet bereikbaar is. Hoop draagt nog je eigen onzekerheid mee. Vertrouwen geeft die onzekerheid in handen van een ander.

Op hem gericht blijven

De tweede voorwaarde is gerichtheid. Letterlijk: een geest die op God blijft staan. Spurgeon zegt: hier zit veel mensen vast. Ze vertrouwen wel, maar even later wijken hun ogen weer naar de problemen, en de vrede verdwijnt. Petrus loopt op het water totdat hij naar de wind kijkt. Op God gericht blijven, is niet ontkenning van wat er om je heen gebeurt. Het is steeds bewust terugkeren naar wie hij is, terwijl je intussen door de stormen heen loopt. Dat is geen techniek, dat is een gewoonte. Wie het oefent, ervaart dat het werkt. Niet omdat de omstandigheden veranderen, maar omdat de gerichtheid ze in een ander licht zet.

Ter overdenking

  • Vertrouw ik werkelijk, of hoop ik eigenlijk?
  • Wat verleidt mijn blik vandaag weg van God, en hoe richt ik me opnieuw op hem?
Heer, ik vertrouw op u, houd mijn blik op u gericht, dan is mijn vrede volkomen. Amen.
Bron

Faith's Checkbook, bij Jesaja 26:3