In een brief aan een van zijn vroegere monniken die in Engeland was beland, schrijft Bernard van Clairvaux een opvallende zin. Je zult meer leren in de bossen dan in de boeken, zegt hij. Bomen en stenen leren je wat je nooit van een leraar zou horen. Veel mensen denken bij Bernard aan het strenge kloosterleven, vol gebed en discipline. Maar hij was ook een man die uitvoerig keek naar de schepping en daarin God hoorde spreken.
Geen vervanging, wel een aanvulling
Bernard bedoelt niet dat boeken overbodig zouden zijn. Hij was een veellezer en een veelschrijver. Hij bedoelt dat een mens niet kan leven van enkel intellect. Er is ook iets dat alleen ervaring kan leren, en de natuur biedt zulke lessen. Een seizoen dat sterft en weer opstaat, leert iets over hoop dat geen geschreven traktaat zo direct overbrengt. Een storm die plotseling tot rust komt, leert iets over Gods regie. Een nacht vol sterren leert iets over de omvang van zijn werk dat in een klaslokaal niet over te brengen is. Wie hier nooit voor stil staat, mist een hele leerschool.
Hoe je kijken oefent
Bernard moedigt zijn correspondent aan om vaker stil te staan en te luisteren. Niet om de natuur te aanbidden, dat zou afgodische verwarring zijn. Maar om de natuur te beluisteren als sprekend over haar Maker. Een wandeling van een halfuur, zonder telefoon, zonder muziek, zonder onderwerp om aan te denken. Gewoon kijken naar wat er om je heen gebeurt en je hart erbij houden. Voor de meeste moderne mensen is dat ongewoon, en moeilijk. Maar wie het oefent, ontdekt dat zijn geestelijk leven ineens stof krijgt om over te bidden, om over te zwijgen, om voor te danken. De natuur opent gesprekken die anders niet plaatsvinden.
Ter overdenking
- Wanneer was de laatste keer dat ik werkelijk stilstond in de natuur?
- Wat zou God mij willen leren door iets in mijn omgeving als ik ervoor open sta?