Veel gelovigen leven alsof ze nog in twee rijken tegelijk wonen. Soms in de duisternis, soms in het licht. Soms angstig, soms gerust. Soms hopen dat ze er ooit komen, soms denken dat ze er al zijn. Octavius Winslow leest Paulus' woord uit Kolossenzen 1 en zegt: hier zit een definitief feit in. Hij heeft ons overgebracht. Voltooide tijd. De verhuizing is gebeurd. Wie in Christus is, woont nu in zijn rijk, ook al voelt het soms nog niet zo.
Twee rijken hebben twee paspoorten
Winslow vergelijkt het met iemand die geëmigreerd is. Hij draagt een nieuw paspoort. Hij valt onder een ander recht. De wetten van het oude land hebben geen aanspraak meer op hem. Een gelovige is in een vergelijkbare situatie. Hij is onder de regie van Christus' rijk gekomen. Hij valt onder zijn gerechtigheid en zijn bescherming. De aanspraak die de duisternis op hem maakt, klopt niet meer. Niet omdat hij geen aanvechtingen meer heeft, maar omdat de juridische werkelijkheid is verschoven. Hij hoort niet meer daar. Hij hoort hier.
Wat te doen met oude aanspraken
Winslow weet dat de duisternis niet zonder slag of stoot loslaat. De oude wereld blijft proberen om door middel van leugens, schuldgevoelens, herinneringen aan vroeger, je terug te trekken. Een belangrijke daad van een gelovige is dan niet om te debatteren, maar om zijn paspoort te tonen. Letterlijk: zichzelf herinneren aan wat waar is. Ik ben overgebracht. Ik hoor bij hem. Wat ik vroeger ben geweest, telt niet meer als argument. Wie zo leert leven, wordt minder kwetsbaar voor stemmen uit het oude. Niet omdat ze stoppen, maar omdat ze geen jurisdictie meer hebben.
Ter overdenking
- Welke "oude aanspraak" probeert mij terug te trekken naar wie ik vroeger was?
- Hoe kan ik vandaag mijn "nieuwe paspoort" hardop bevestigen?