In het midden van zijn reis komen Christen en Trouw door een stad die Bunyan IJdele Praal noemt. Daar is een markt, het hele jaar door open, waar alle waren van deze wereld te koop zijn. Eer, posities, plezier, succes, koninkrijken. Alles wat een mens kan verlangen, is daar te koop. De twee pelgrims trekken aandacht omdat ze hun handen op de rug houden en niets willen kopen. Ze vragen niet "wat kost dit", maar "wat heeft eeuwigheidswaarde".
Vreemd zijn voor de markt
De marktkooplui worden boos op de pelgrims. Wie zijn deze mensen die hier rondlopen zonder iets te kopen? Wat doen ze hier dan? Bunyan laat zien dat een christen herkenbaar is door wat hij níet wil. Niet door uiterlijke versiering, niet door een aparte kledingstijl, maar door zijn andere set van verlangens. Hij ziet hetzelfde aanbod als anderen, maar het trekt hem niet aan op dezelfde manier. Niet omdat hij beter is, maar omdat zijn hart op iets gericht is dat duurzamer is. Hij zoekt een stad die komt. Daarom is hij vreemd op deze markt.
Een prijs voor het pelgrim-zijn
Bunyan is eerlijk. Christen en Trouw worden opgepakt, beschuldigd, en uiteindelijk wordt Trouw geëxecuteerd. De markt verdraagt geen mensen die haar hele bestaan ondergraven met hun andere verlangen. Bunyan wil hiermee laten zien dat het pelgrim-zijn niet altijd vrijblijvend is. Soms kost het wat. Niet voor iedereen het leven, maar wel vaak iets. Een baan die je niet krijgt omdat je niet meedoet. Een vriendschap die afkoelt omdat je andere keuzes maakt. Een reputatie die scheef getrokken wordt. Wie zich daarvan bewust is, kan koersvast blijven. Niet uit hardheid, maar omdat de stad die komt zijn verlangen blijft.
Ter overdenking
- Welk product op de "markt" trekt mij ondanks alles nog steeds?
- Waaraan ben ik herkenbaar als iemand die een andere stad zoekt?