Wie de wind in zijn vuist heeft

Psalm 107:29 · NBV21
Hij stilde de storm tot een suizen, de golven van de zee zwegen.
Dag 3 oktober
Lezen Begin de overdenking

Psalm 107 schildert het beeld van schepelingen die in een storm terechtkomen. Hun moed bezwijkt, het schip dreigt te vergaan. Dan roepen ze tot de Heer, en Calvijn merkt op wat er staat: hij stilde de storm tot een suizen. Niet bedaarde, niet kalmeerde, maar stilde. Met één woord van zijn mond. De wind die hen wilde verzwelgen, sliep onder zijn bevel.

Niet alleen toen, ook nu

Calvijn is nuchter genoeg om niet te beloven dat elke storm in ons leven onmiddellijk gestild wordt op ons gebed. Soms duurt een storm. Soms loopt het schip echte schade op. Maar wat hij wel benadrukt, is dat de regie altijd in dezelfde hand ligt. Dezelfde Heer die toen sprak en de storm zweeg, regeert ook over de stormen van vandaag. Hij is niet kleiner geworden. De omstandigheden zijn niet sterker geworden dan hij. Wie dit gelooft, bidt anders. Niet wanhopig op het dek schreeuwend, alsof er niemand stuurt, maar in vertrouwen tot iemand die ook deze wind beheerst.

Wat dit doet voor het wachten

Soms stilt hij snel. Soms duurt het langer. Calvijn zegt: wie weet dat de regie bij hem ligt, kan wachten op zijn tijd. Het wachten wordt geen leegte, maar uitkijken naar wat hij gaat doen. En zelfs als hij ervoor kiest de storm niet te stillen maar je erdoor te dragen, blijft één ding waar: hij is met je in de boot. Net als met de discipelen in de boot op het meer van Galilea. Hij sliep, maar hij was er. Hij was niet afwezig. Zo is hij ook in jouw storm aanwezig, of hij hem nu stilt of niet. Wie hem in de boot weet, kan ademen, ook in de wind.

Ter overdenking

  • Welke storm woedt nu in mijn leven en bid ik wel om stilte ervan?
  • Wat verandert er aan mijn wachten als ik weet dat hij in de boot is?
Heer, u beheerst ook deze storm, ik wacht op uw tijd, en ik weet dat u bij mij bent. Amen.
Bron

Commentaar op de Psalmen, bij Psalm 107