Bernard van Clairvaux houdt een preek waarin hij zich afvraagt waar de hemel naar verlangt. Niet wat wij van de hemel verlangen, maar wat de hemel van ons verlangt. Hij wijst op Jezus' eigen gebed in Johannes 17. Vader, ik wil dat zij die u mij gegeven hebt, met mij zijn waar ik ben. Daar zit een verlangen achter dat veel mensen niet vermoeden. Christus verlangt naar zijn mensen. Aan de overkant wacht hij.
Niet alleen vertrokken
Bernard schildert een beeld dat zijn monniken kenden. Een vader die zijn kinderen vooruit liet gaan naar een veilige plek terwijl er nog moeilijke tijden waren. Christus is volgens dit beeld vooruitgegaan en wacht. Hij heeft niet "een plek gemaakt" en daarna zijn aandacht op iets anders gericht. Hij ziet uit naar wie hij gekocht heeft met zijn bloed. Hij verlangt dat ze bij hem zijn. Wie dit verstaat, kijkt anders naar zijn eigen toekomst. Het is niet alleen een verlangen van de gelovige om bij Christus te komen, het is ook een verlangen van Christus om de gelovige bij zich te hebben. Dat is wederzijds.
Wat dit doet voor wie nu reist
Bernard moedigt zijn hoorders aan om dit beeld vast te houden in de dingen van het dagelijks leven. Wanneer je moe bent, herinner je dat hij wacht. Wanneer je verdrietig bent om iemand die je verloren bent, herinner je dat hij voor hem ook wacht. Wanneer je een keuze hebt te maken waarvoor je terugschrikt, herinner je dat je niet onbestemd onderweg bent. Iemand wacht. Het einde is geen leegte, het is een ontmoeting. Wie zo zijn ogen vooruit richt, sterft niet vooruit, hij leeft vooruit. Hij gaat zijn dag in met de wetenschap dat het hele leven bedoeld is om te eindigen in een ontvangst.
Ter overdenking
- Hoe vaak besef ik dat Christus zelf naar mij verlangt aan de overkant?
- Wat verandert er aan mijn dag als ik leef vanuit "iemand wacht"?