Jonathan Edwards gaf eens een reeks lezingen over 1 Korintiërs 13, die later verschenen onder de titel Charity and Its Fruits. Hij begint met een uitspraak die hij steeds herhaalt. De liefde die wij dragen, is niet uit onszelf. Wij zijn niet de bron, wij zijn de ontvanger. Wie deze volgorde verwart, raakt vroeg of laat uitgeput, want hij probeert iets te leveren wat hij niet uit zichzelf heeft.
Volgorde maakt verschil
Edwards waarschuwt voor een veelvoorkomende verwarring. Mensen denken: ik moet meer liefde tonen, dus ik ga harder mijn best doen om mensen lief te hebben. Het werkt zelden. Want liefde uit eigen reserve droogt op zodra de eigen reserve op is. De juiste volgorde is anders. Eerst ontvang je liefde, dan geef je. Eerst sta je in de stroom, dan stroomt er iets door je heen. Johannes drukt dit precies zo uit. Hierin is de liefde, dat hij ons eerst heeft liefgehad. Wij houden van omdat hij eerst heeft liefgehad. Het is geen verlies van verantwoordelijkheid, het is een ontdekking van de bron.
Hoe je leert ontvangen
Edwards stelt voor om dagelijks even stil te staan bij dit feit. Niet om er iets bij te denken, maar om het werkelijk binnen te laten komen. God heeft je liefgehad. Niet als beloning voor wat je gisteren deed. Niet onder voorbehoud van wat je morgen presteert. Vrijwillig, eeuwig, vol. Wie dit toelaat, ervaart na verloop van tijd dat zijn eigen liefde voor anderen niet meer hoeft te worden bemoedigd. Ze komt op uit een diepte die hij niet zelf hoeft te onderhouden. Een geliefde mens wordt vanzelf iemand die kan liefhebben. Een mens die zich nog niet geliefd weet, blijft het proberen, en blijft er moe van worden.
Ter overdenking
- Probeer ik lief te hebben uit eigen reserve, of leef ik vanuit zijn liefde voor mij?
- Hoe kan ik vandaag even stilstaan bij het feit dat hij mij liefheeft, voordat ik anderen liefheb?