De schrijver van Hebreeën geeft een eenvoudige definitie van geloof. Wie tot God nadert, moet twee dingen weten. Dat Hij bestaat. En dat Hij beloont wie Hem zoeken. Calvijn merkt op dat hier geen ingewikkelde theologie nodig is. Twee zekerheden, en wie ze heeft, kan gaan bidden.
Bestaan, geen vraagteken
Calvijn legt uit dat het eerste, dat God bestaat, niet betekent dat je alle filosofische bewijzen op een rij hebt. Het betekent dat je niet bidt tegen een mogelijke leegte. Voor wie tot God nadert, is Hij geen hypothese, Hij is een werkelijkheid. Veel mensen bidden onbewust met twijfel. Stel dat er niemand luistert, denken ze. Calvijn zegt: dat is geen geloof, dat is een halve handeling. Wie werkelijk gelooft, gaat ervan uit dat Hij wel luistert. Zonder dit eerste fundament wordt het gebed een schaduwactiviteit. Met dit fundament wordt het een ontmoeting. Calvijn voegt eraan toe dat de schrijver van Hebreeën dit niet voor abstracte filosofen schreef, maar voor gewone gelovigen die op weg waren. Bestaan is hier geen academische uitspraak, het is een levende werkelijkheid waar je je gebeden aan adresseert.
Beloont, geen toeval
Het tweede is even fundamenteel. Hij beloont wie Hem zoeken. Niet altijd op de manier waarop wij dachten te zullen worden beloond. Niet altijd op het tijdstip dat we hadden ingetekend. Maar nooit voor niets. Wie Hem zoekt, vindt iets, ontvangt iets, krijgt iets van zichzelf in handen waarvan hij zonder dit zoeken niets had geweten. Calvijn waarschuwt voor het beeld van God als grillige Heer die soms reageert en soms niet. Hij is trouw. Wie Hem oprecht zoekt, krijgt antwoord, hoewel het antwoord soms anders is dan we vroegen. Het zoeken zelf is al begin van het vinden. Calvijn merkt op dat de "beloning" in dit vers vooral op God zelf wijst, niet op zaken naast Hem. Wie Hem zoekt, krijgt Hém. Dat is rijker dan elk specifiek verzoek dat wel of niet vervuld wordt.
Ter overdenking
- Bid ik werkelijk vanuit het feit dat Hij bestaat, of glipt twijfel toch binnen?
- Welk "zoeken" mag ik vandaag opvatten, vol vertrouwen dat Hij beloont?