Sommige mensen kunnen alleen aan rust komen op vakantie, ver weg, of in een leeg huis. Thomas a Kempis schreef in een drukke kloostergemeenschap. Iedereen om hem heen, geen kamer voor zichzelf, geen stille zaterdag. En toch wijdt hij een hoofdstuk aan de liefde voor de eenzaamheid en het zwijgen. Want hij ontdekte iets wat veel mensen nooit ontdekken. Je hebt geen lege ruimte nodig om in te gaan in jezelf. Je hebt een binnenkamer in je hart die altijd beschikbaar is.
Naar binnen gaan terwijl je buiten bent
Thomas leerde van Jezus, die soms midden in de drukte van de stad even in zichzelf terugtrok. Een korte stilte, een blik omhoog, een innerlijk gebed. Dat is wat hij zijn leerlingen aanraadt. Wie geleerd heeft om naar binnen te gaan terwijl hij naar buiten leeft, wordt minder afhankelijk van zijn omstandigheden. Hij hoeft niet meer te wachten op de juiste omgeving om God te ontmoeten. Hij kan hem ontmoeten in een wachtkamer, in een vergadering, in een keuken vol kinderen. Niet omdat de drukte verdwijnt, maar omdat hij de drukte vanaf een andere plek ervaart.
Geen kunstje, wel iets leerbaars
Thomas waarschuwt dat dit niet vanzelf gaat. Het is een gewoonte die geoefend moet worden. Begin met korte momenten op de dag. Een halve minuut voordat je de auto start. Een paar seconden stilte voor het werk. Een ademhaling tussen twee gesprekken in. Plaats er telkens dezelfde gedachte: Heer, hier ben ik. Wie dit oefent, ontdekt na verloop van tijd dat de binnenkamer makkelijker te vinden wordt. Hij verschuift niet meer naar later wanneer de omstandigheden ideaal zijn. Hij wordt iets wat altijd aanwezig is, een rustpunt midden in een onrustig leven.
Ter overdenking
- Wachten ik op de juiste omstandigheden om God te ontmoeten?
- Welke korte momenten kan ik vandaag gebruiken om in mijn binnenkamer te stappen?