Een van Augustinus' bekendste zinnen klinkt op het eerste gehoor radicaal: heb God lief en doe wat je wilt. Sommige mensen denken dat dit een vrijbrief is om alles te doen waar ze zin in hebben. Maar Augustinus bedoelt iets anders, en hij legt het zelf uit in zijn preek. Wie God werkelijk liefheeft, gaat dingen willen die in lijn staan met die liefde. Het is niet dat regels verdwijnen, het is dat ze geen externe dwang meer hoeven te zijn.
Het verschil tussen plicht en verlangen
Augustinus stelt vast dat er twee manieren zijn om goed te leven. Je kunt het doen omdat je weet dat het moet, en je doet het tegen je verlangens in. Of je kunt het doen omdat het samenvalt met wat je werkelijk wilt. De tweede weg is rijker, en daar wijst zijn uitspraak naar. Wie God liefheeft, krijgt steeds meer verlangens die op God lijken. Een hart dat naar hem reikt, gaat minder naar dingen reiken die hem schaden. Niet omdat het geen lust meer voelt, maar omdat het diepere lust kent die de oppervlakkige verdrijft.
Wat dit niet betekent
Augustinus is voorzichtig om zijn uitspraak niet uit zijn handen te laten vallen. Hij zegt nadrukkelijk: dit geldt voor wie God werkelijk liefheeft. Niet voor wie zegt liefde te hebben en eigenlijk zichzelf liefheeft. Liefde tot God is geen vaag gevoel, het is een toegewijde gerichtheid. Wie zichzelf op deze toets eerlijk durft te onderwerpen, ontdekt of hij werkelijk uit liefde leeft of uit verkapt eigenbelang. Maar voor wie de liefde in zijn hart laat groeien, opent de uitspraak een leven dat zowel vrij is als juist. Vrij omdat het zelf wil. Juist omdat wat het wil, op God lijkt.
Ter overdenking
- Op welke punten doe ik nog goede dingen tegen mijn verlangen in?
- Welke verlangens mogen in mij gevormd worden zodat doen wat ik wil ook doen is wat hij wil?