J.C. Ryle is geen man die de scherpe kanten van Jezus' uitspraken afslijpt. Hij vond dat oneerlijk tegenover wie geloof zoekt zonder te weten waar het hem toe roept. Hier komt een van die scherpe uitspraken. Wie zijn vader of moeder liefheeft boven mij, is mij niet waard. Veel mensen schrikken hiervan, alsof Jezus vraagt om hun familie te haten. Maar dat zegt hij niet. Hij zegt iets anders, even scherp.
Niet minder, maar niet meer
Ryle legt het zo uit. Jezus vraagt niet dat je minder van je ouders of kinderen houdt. Hij vraagt dat je niet méér van hen houdt dan van hem. Want zodra iemand of iets meer wordt dan hij, neemt het de plek in die alleen hij mag innemen. En dat eindigt slecht. Niet omdat hij jaloers is, maar omdat geen schepsel die plek aankan. Een geliefde wordt te zwaar belast als hij jouw bron van vrede moet zijn. Een kind wordt onnodig gedragen als zijn geluk jouw redding moet bieden. Wie deze plek geeft aan iemand die hem niet kan dragen, breekt zowel de ander als zichzelf.
Wat dit oplevert voor wie het waagt
Ryle haast zich te zeggen: wie Christus de eerste plek geeft, krijgt zijn relaties niet minder, maar beter. Want pas wanneer je relaties niet meer hoeven te leveren wat ze niet kunnen, kun je ze werkelijk waarderen om wat ze zijn. Een huwelijk dat niet meer onder de last van zaligmaking ligt, kan ademen. Een ouder-kind-relatie waarin God de eerste is, geeft het kind ruimte om zelf te ontdekken wie hij is. Een vriendschap die niet hoeft te vullen wat alleen God vult, kan ontspannen. Ryle besluit: de eerste plek aan Christus geven, is uiteindelijk een geschenk aan al je geliefden.
Ter overdenking
- Welke geliefde heb ik onbewust op een plek gezet die alleen Christus toekomt?
- Wat zou er voor die persoon kunnen veranderen als ik Christus de eerste plek teruggeef?