David doet iets opmerkelijks in deze psalm. Hij praat tegen zichzelf. Loof, mijn ziel, de Heer. Hij houdt geen monoloog over zijn gevoelens. Hij geeft zijn eigen ziel een opdracht. Matthew Henry merkt op dat dit een verloren gegane kunst is. Veel mensen luisteren naar hun ziel: wat voelt zij vandaag? Maar David spreekt tegen zijn ziel: dit is wat je vandaag gaat doen. En daar zit een belangrijk verschil.
Niet alles wat je voelt is goed advies
Henry waarschuwt dat de menselijke ziel een onbetrouwbare raadgever is als hij niet wordt aangestuurd. Laat hem maar gaan, en hij begint te malen, te klagen, te vergelijken, te vrezen. Wie alleen luistert naar zijn ziel, gaat met de stroom mee, en de stroom voert hem zelden naar lof. Daarom doet David het andersom. Hij gaat regeren over wat zijn ziel vandaag doet. Hij zegt: loof. Hij zegt: vergeet niet. Hij zet de richting, in plaats van haar door de richting laten zetten. Dat is geen onderdrukking van wat hij voelt, dat is leiderschap over wat hij voelt.
Loven door herinneren
Hoe komt David tot lof? Niet door beter te voelen, maar door beter te denken. Hij dwingt zichzelf om weldaden op te noemen. Vergeving van zonden, genezing van krankheden, verlossing van het graf, bekleding met liefde, vervulling met goeds. Hij somt op wat hij dreigde te vergeten. Henry zegt: hier kan iedereen leren. Wie de neiging heeft mismoedig te worden, mag dezelfde tactiek gebruiken. Praat tegen je eigen hart en herinner het hardop aan wat God in je leven heeft gedaan. Begin een dankbaarheidsoptel. Eerst vier dingen, dan twaalf. Dan dertig. Wie zo bezig is, krijgt zijn ziel in beweging in de richting van lof.
Ter overdenking
- Luister ik meer naar mijn ziel dan dat ik tegen haar spreek?
- Welke weldaden kan ik vandaag bewust opnoemen om mijn hart te richten?