Paulus had genoeg redenen om moedeloos te worden. Vervolging, ziekte, gevangenschap, mensen die zich tegen hem keerden. In 2 Korintiërs 4 beschrijft hij hoe zwaar zijn dienst is. En toch zegt hij in datzelfde hoofdstuk: we verliezen de moed niet. Calvijn vraagt zich af waar Paulus dat vandaan haalt, en hij vindt het in dit ene vers. Wij weten dat hij ons zal opwekken zoals hij hem opgewekt heeft. Daar zit de motor onder elke standvastige christen die zwaar te dragen heeft.
Niet hopen, weten
Calvijn benadrukt het woordje "weten". Paulus zegt niet "we hopen" of "we wensen". Hij zegt: we weten. Want de opstanding van Christus is geen vraag meer. Die heeft plaats gehad. En wat er met het Hoofd is gebeurd, gebeurt ook met de leden van zijn lichaam. Wie aan Christus verbonden is, is verbonden aan zijn levensbeweging. Wat in hem doodging, gaat in ons dood. Wat in hem opstond, staat in ons op. Niet als wens, maar als wetmatigheid van het verbond. Wie deze zekerheid in zich heeft, kan dingen dragen die anders ondraaglijk zouden zijn.
Vandaag uit morgen leven
Calvijn trekt deze lijn naar de praktijk. Veel mensen leven vanuit vandaag. Wat ik vandaag voel, wat ik vandaag zie, wat ik vandaag aankan. Paulus leeft uit het einde van het verhaal. Wat er ook gebeurt, ik weet hoe het uitloopt. Niet in een prettig sprookje, maar in een opstanding waar Christus zelf de eerste van is. Dat ene weten verandert hoe je je dag binnenkomt. Een tegenslag is niet meer definitief. Een verlies is niet meer eindeloos. Een lichaam dat afneemt is niet meer een afdaling zonder bestemming. Alles staat in het licht van wat hem nog wacht. Wie hieruit leert leven, raakt minder snel ontmoedigd.
Ter overdenking
- Wat heb ik vandaag voor mij die zwaar weegt en die in het licht van de opstanding anders gaat wegen?
- Wat verandert er als ik vandaag leef vanuit "ik weet hoe het uitloopt"?