Wat zou je als eerste tegen God zeggen als hij voor je stond? Bernard van Clairvaux merkt op dat veel mensen zouden willen vragen of klagen. Maar de psalmist begint met iets anders. Hij zegt: ik ben uw dienaar. Tweemaal. Voordat hij iets vraagt, voordat hij iets uitlegt, plaatst hij zichzelf. Niet alsof het slavernij is. Wel als een diepe rust over de vraag wie waar staat.
De juiste volgorde
Bernard houdt vol dat veel onrust in het christelijk leven voortkomt uit een hart dat de volgorde niet kent. Wie zichzelf als eerste plaatst en God daarna, leeft van wensen die niet vervuld worden. Wie God als eerste plaatst en zichzelf daarna, leeft van een dienaar-zijn dat hem rust geeft. Niet omdat dienen makkelijk is, maar omdat het past bij wie wij zijn. Een mens is niet gemaakt om de baas te zijn over zijn leven. Hij is gemaakt om in dienst te zijn van iemand die hem werkelijk kan leiden. Wie deze plek inneemt, ontspant.
Dienaar én vrij
Tegelijk merkt Bernard op dat de psalmist een tweede zin toevoegt. U hebt mijn boeien losgemaakt. Hier ligt het wonder. De dienaar van deze Heer is geen geketende slaaf. Hij is iemand wiens boeien juist door deze Heer zijn doorgesneden. Wie zich dienaar van God noemt, is daarmee vrij van zijn andere meesters. Geld is niet meer zijn baas. Eer is niet meer zijn baas. Angst is niet meer zijn baas. Eén Heer doen wij wat hij wil, en alle andere stemmen verliezen hun macht. Dienen wordt zo niet bukken, maar opstaan in een nieuwe vrijheid.
Ter overdenking
- Welke andere "heer" houdt mij nog vast met onzichtbare boeien?
- Hoe zou mijn dag eruitzien als ik begon met "Heer, ik ben uw dienaar"?