Jezus stapelt drie werkwoorden op elkaar: vraag, zoek, klop. Andrew Murray ziet hier geen toevallige opeenstapeling, maar drie houdingen die opklimmen. Vragen is een mond die open gaat. Zoeken is een lichaam dat in beweging komt. Kloppen is een vuist die volhardt totdat er opengedaan wordt. Drie niveaus van ernst, en alle drie horen ze bij gebed.
Niet hetzelfde als wensen
Murray waarschuwt dat veel mensen denken dat ze bidden, terwijl ze eigenlijk alleen wensen. Een wens komt op, gaat weer weg, en wordt nauwelijks tot God gericht. Vragen is iets anders. Het is bewust iets aan iemand toevertrouwen die het kan geven. Zoeken gaat verder. Hier ben je niet alleen aan het wachten, je beweegt mee. Je opent je Bijbel, je gaat het gesprek aan waar je tegenop ziet, je doet de stap die hij in je hart legde. En kloppen is volhouden. Niet één keer aanklikken en weer weglopen, maar blijven staan bij die ene deur tot er iets gebeurt.
Een belofte met antwoord
Murray let er ook op dat Jezus geen ruimte laat voor twijfel. Wie vraagt, ontvángt. Wie zoekt, vindt. Wie klopt, voor hem zal opengedaan worden. Geen "misschien", geen "als het Gods wil is" als kleine letters. Murray voegt daaraan toe: dit betekent niet dat je altijd krijgt wat je gevraagd hebt. Soms krijg je iets beters. Soms krijg je iets later. Maar nooit krijg je niets. Wie werkelijk vraagt, zoekt, klopt, ontvangt altijd iets uit Gods hand. Een gebed dat onbeantwoord lijkt, blijkt vaak achteraf op een andere manier beantwoord. Murray nodigt zijn lezers uit om vandaag iets concreet te vragen, te zoeken, en aan te kloppen.
Ter overdenking
- Op welk niveau bid ik meestal: wensen of vragen, zoeken, kloppen?
- Voor welk concreet ding wil ik vandaag echt aankloppen?