Jonathan Edwards beschrijft in zijn Personal Narrative hoe zijn geestelijke leven in fases ging. Niet één bekering en daarna stilstand, maar steeds opnieuw een verdieping. Soms duurden donkere periodes lang. Soms kwam er ineens een nieuw inzicht waardoor hij Christus anders zag dan eerder. Hij zat niet stil. Hij verwachtte de hele tijd dat God iets verder met hem zou werken. Paulus' zin uit 2 Korintiërs heeft hem hierin gevormd: ons innerlijk wordt van dag tot dag vernieuwd.
Niet stil staan
Edwards waarschuwt zijn lezers voor een verlamming die hij vaak zag. Veel christenen menen dat ze al alles weten over Christus, dat ze al alles voelen wat te voelen valt. Daar stoppen ze. Maar Paulus beschrijft het christelijk leven als een dagelijkse vernieuwing. Geen mens komt eraan toe. Steeds is er iets meer te zien, een dieper deel van zijn liefde, een ander aspect van zijn karakter. Wie ophoudt met zoeken, ontvangt niets meer. Wie blijft uitkijken, ontvangt steeds opnieuw.
Ook als het lichaam minder wordt
Paulus voegt eraan toe: ook al gaat onze uiterlijke gestalte te gronde. Edwards weet dat lichamen verouderen, krachten afnemen, en dat dit gevolgen heeft voor wat een mens kan ondernemen. Maar daar zit precies het verbazingwekkende. Innerlijk hoeft het tegenovergestelde te gebeuren. Iemand kan lichamelijk minder worden en geestelijk verdiepen. Niet vanzelf, maar wel mogelijk. Een ouder mens die elke dag Christus zoekt, kan een rijkdom dragen die geen jong mens evenaart. Innerlijke vernieuwing is geen privilege van de gezonde jaren. Ze is een belofte voor wie blijft zoeken, ook als alles om hem heen wijst op afnemen.
Ter overdenking
- Verwacht ik nog dat God in mij vernieuwt, of denk ik dat ik al weet wat te weten is?
- Wat zou er innerlijk vandaag vernieuwd kunnen worden als ik mij ervoor openstel?