Andrew Murray hield een toespraak die later beroemd werd onder de titel Absolute Surrender. Volledige overgave. Hij vond dit een van de centrale punten in het christelijk leven. Veel gelovigen, zegt hij, geven het meeste van zichzelf aan God, maar houden ergens een klein stukje achter. Dat stukje wordt het scharnierpunt van hun ongeluk. Want God neemt geen genoegen met bijna alles. Hij vraagt alles, niet omdat hij hebberig is, maar omdat hij weet dat halfheid geen leven oplevert.
Het kleine stukje dat alles bepaalt
Murray geeft voorbeelden uit zijn eigen prediking. De ene gelovige houdt een bepaalde relatie buiten Gods aandacht, omdat hij weet dat het loslaten daar te pijnlijk zou zijn. De andere houdt zijn financiën buiten het gebed, omdat hij niet wil dat God daarmee bemoeit. Weer iemand anders houdt een ambitie privé, een verlangen, een wrok. Telkens lijkt het maar één onderdeel, maar in werkelijkheid stuurt dat ene onderdeel het hele leven. Wat je achterhoudt, gaat regeren waar het niet hoort. Wat je geeft, komt onder Gods zegen te staan.
Wat overgave geeft, niet kost
Veel mensen schrikken bij het woord overgave, omdat ze denken: dan ben ik niets meer. Murray draait het om. Wie alles geeft, krijgt voor het eerst zichzelf terug. Niet meer een verdeeld mens die op verschillende fronten tegelijk dingen probeert te beschermen, maar een mens met één centrum. Eén Heer, één richting, één hart. Dat is geen verlies, dat is bevrijding. Probeer het eens, schrijft Murray. Vraag God niet wat je nog moet doen voor hem, vraag hem wat je nog achterhoudt voor jezelf. En geef hem dat als eerste.
Ter overdenking
- Welk klein gebied houd ik nog steeds buiten Gods bereik?
- Wat zou er gebeuren als ik dat vandaag aan hem zou overgeven?