Wat lag er aan een ketting?

1 Petrus 5:8 · NBV21
Wees waakzaam, want jullie tegenstander, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi.
Auteur John Bunyan
Dag 17 augustus
Lezen Begin de overdenking

Op een gegeven moment ziet Christen iets liggen op het pad voor hem. Twee leeuwen. Hij wordt bang en wil terug. Hij denkt dat dit niet de weg kan zijn. Maar dan komt de wachter Waakzaamheid en zegt: ze liggen vast aan een ketting, ze kunnen je niet bereiken. Loop precies in het midden van de weg en je gaat zonder schade voorbij. Bunyan vertelt dit verhaal niet zomaar. Hij wil iets zeggen over de angsten die ons christelijk leven kunnen verlammen.

Dingen die echt zijn

Bunyan ontkent niet dat er gevaren zijn. De leeuwen zijn echt. Ze brullen. Ze zien er bedreigend uit. Veel pelgrims keren op deze plek om, schrijft hij, omdat ze niet doorhebben hoe het werkelijk zit. De duivel is echt, verzoekingen zijn echt, het kwaad in de wereld is echt. Maar wat hij wil dat we weten, is dat deze leeuwen aan een ketting liggen. Ze hebben een grens. Ze kunnen brullen, maar geen vrije macht over wie op de weg van de Heer loopt. Bunyan kende deze gedachte van Job. De Satan had geen vrije hand, hij moest eerst toestemming vragen. Wat hij doen mocht, was begrensd. Bunyan past hetzelfde principe toe op alle vormen van geestelijke aanval: ze hebben een ketting, en de hand die hem vasthoudt is dezelfde die jou draagt.

Pal in het midden lopen

De wachter geeft Christen een precies advies. Loop in het midden van de weg. Niet links, waar de ene leeuw bijt. Niet rechts, waar de ander grijpt. Recht door het midden. Dat is wat Bunyan ook bedoelt voor het geestelijk leven. Wijk niet links of rechts af van wat de Heer heeft gewezen. Verlaat de weg niet uit angst voor wat aan de rand ligt. Houd vol op het pad, ook al loop je vlak langs het gebrul. De Heer die de ketting houdt, weet hoeveel speling Hij toestaat. Bunyan voegt eraan toe dat veel pelgrims niet aan de leeuwen ten onder gaan, maar aan hun eigen angst voor de leeuwen. Ze geven de weg al op voordat er iets is gebeurd. Wie doorgaat, ontdekt dat het gebrul nooit zo heet wordt als de tanden suggereren.

Ter overdenking

  • Welke "leeuwen" maken mij vandaag bang, terwijl ze aan een ketting liggen?
  • Wat betekent het voor mij om vandaag pal in het midden van Zijn weg te lopen?
Heer, dank dat geen leeuw mij kan grijpen zonder Uw toestemming, leer mij doorlopen. Amen.
Bron

De pelgrimsreis, deel 1, twee leeuwen onderweg