Wie zorgen heeft, kan ze op drie manieren behandelen. Hij kan ze negeren en hopen dat ze weggaan. Hij kan ze koesteren en er steeds aan denken. Of hij kan ze in gebed brengen. Spurgeon merkt op dat Paulus de derde weg aanwijst, en dat de eerste twee niet werken. Negeren maakt ze sterker onder de oppervlakte. Koesteren maakt ze groter. Alleen het gebed brengt ze ergens waar iets met ze gedaan kan worden.
Niet negeren, maar verplaatsen
Spurgeon waarschuwt voor mensen die zeggen: een christen mag geen zorgen hebben. Dat is niet wat de Bijbel zegt. Paulus zegt: maak je over niets zorgen, en bid voor alles. Dat betekent niet dat je geen zorgen voelt, maar dat je weet wat je ermee moet doen. Een zorg is bij Paulus niet iets om in te schamen. Het is iets om mee naar de troon te lopen. Wie zijn zorg meeneemt in gebed, verplaatst hem van zijn eigen hart naar Gods hart. En dat verandert wat ermee gebeurt.
Met dank erbij
Het opvallende is dat Paulus het gebed verbindt met dankzegging. Vraag God wat je nodig hebt en dank hem in al je gebeden. Spurgeon vraagt: waarom dank, terwijl je nog niets ontvangen hebt? Omdat dank de toon zet. Dank herinnert je aan wat hij al deed. Dank toont vertrouwen dat hij ook nu zal handelen. En dank ontneemt de zorg haar pakkracht. Zorgen die met dank gepaard gaan, zijn niet meer dezelfde zorgen. Ze worden lichter, niet omdat het probleem kleiner is, maar omdat het in de aanwezigheid van een goede God ligt. Daar gaat iets mee gebeuren.
Ter overdenking
- Welke zorg heb ik vandaag nog niet in gebed gebracht?
- Voor welke ontvangen weldaad wil ik vandaag bewust danken voor ik vraag?