In zijn boek Over de treden van nederigheid en hoogmoed beschrijft Bernard van Clairvaux nederigheid als een trap. Niet omhoog, maar omlaag. Elke trede brengt je dichter bij de grond. Dichter bij wie je werkelijk bent. Dichter bij waar Christus zelf is afgedaald om de zijnen te ontmoeten. Wie nederigheid leert, gaat niet kleiner worden in zijn waarde, hij wordt eerlijker over zichzelf.
Het begint bij kijken
De eerste trede, zegt Bernard, is eerlijk naar jezelf kijken. Veel mensen vermijden dat. Ze hebben een zelfbeeld opgebouwd dat ze in stand willen houden, en ze zorgen er angstvallig voor dat dat beeld klopt. Maar wie naar zichzelf durft te kijken zonder het beeld te beschermen, ontdekt dat hij niet de beste van de groep is, niet de geestelijkste, niet de slimste, en ook niet de slechtste. Hij is gewoon mens. Genadig gemaakt en zwak van aard. Op die eerste trede al, schrijft Bernard, krijgt een mens rust. Hij hoeft zich niet meer groter voor te doen.
De afdaling die optilt
Hoe lager je daalt, hoe meer ruimte er komt voor de ander. Voor mensen die anders zijn dan jij. Voor God die zelf de laagste plek opzocht in het kind van Bethlehem. Bernard zegt: de laatste trede is een hart dat helemaal vrij is van zelfverdediging, klaar om gediend te worden en te dienen. Het wonderlijke is dat juist op die plek God iemand verhoogt. Niet omdat hij geapplaudisseerd wil worden, maar omdat een hart dat geen plek meer voor zichzelf opeist, ineens veel kan dragen. Wie zich verlaagt, zegt Petrus, wordt op zijn tijd verhoogd. Dat is geen techniek, dat is de logica van het koninkrijk.
Ter overdenking
- Op welke trede sta ik vandaag, eerlijk gezegd?
- Welk klein "afdalen" mag ik vandaag oefenen?